Vlinder bedreigd door ingevoerde vlieg

De grootste vlinder van Amerika wordt bedreigd door een vlieg die is ingevoerd uit Europa om de stamuil (een vraatinsect) onder de duim te houden. Daarvan wordt verslag gedaan in het decembernummer van Conservation Biology.

Peter de Jaeger

BR>De stamuil of plakker is een vlindersoort die flinke schade aanricht in bossen doordat die de bladeren opvreet van onder meer de eik. In 1986 is vanuit Europa een natuurlijke vijand geïntroduceerd in dertig staten van Midden- en oostelijk Amerika die last hadden van dit vraatinsect. Maar de bewuste vlieg (Compsilura concinnata) heeft nog meer op zijn menu. Volgens een studie van de universiteit van Massachusettes lust de vlieg minstens 180 andere insecten.

Een daarvan is de prachtig gekleurde cecropiavlinder, die met een spanwijdte van vijftien centimeter de grootste is van de vlinders die in Amerika rondfladderen. Dat nadelig effect is aangetoond in een experiment. Rupsen van de plakkers werden gekweekt en neergezet in dichtheden van één tot honderd per boom. De vliegen doodden 52 tot 100 procent van alle rupsen.

Elders werden driehonderd gekweekte cecropiarupsen uitgezet, vijf per boom, op verschillende plekken in een bos. Na een week was tachtig procent van de rupsen aangevreten door de exotische vliegen. De meeste hiervan overleefden niet. "Als je dat percentage sterfte ziet, gaat er toch minstens een belletje rinkelen", zegt entomoloog George Boettner. Hij noemt het sowieso onverstandig een natuurlijke vijand uit te zetten met zo'n breed scala aan mogelijke gastheren. "Je moet altijd voorzichtig zijn bij de introductie van nieuwe soorten om plagen te beheersen, omdat makkelijk ongewenste neveneffecten kunnen ontstaan."