Extreme verlegenheid kan tot criminaliteit leiden

Een extreem verlegen kind heeft later, als volwassene, drieënhalf keer meer kans op een psychische stoornis. In sommige gevallen kan dat leiden tot crimineel gedrag. Dat zijn bevindingen van dr. Marijke Hofstra van de Rotterdamse Erasmusuniversiteit op basis van een langdurig en grootscheeps onderzoek. Tot nu toe werd vooral verband gelegd tussen agressiviteit bij kinderen en jeugdig of volwassen misdadig gedrag. Aan té stille kinderen werd weinig of geen aandacht besteed.
BR>
Een agressief kind 'valt op', dat geeft last, thuis en op school, en daar wordt vaak iets aan gedaan. Een kind dat zich extreem-teruggetrokken gedraagt, dat heet gewoon 'verlegen' en bezorgt niemand last. Ouders hebben er geen moeite mee. Niemand schijnt daar een probleem in te zien. Leerkrachten hebben ze zelfs - wegens onopvallend en zeer rustig - graag in de klas. Ze spelen liever alleen, hebben weinig of geen vriendjes en vriendinnetjes en zien er vaak een beetje ongelukkig uit, maar daar wordt in de regel weinig op gelet. Helemaal fout, vindt dr. Marijke Hofstra, want dat is een teken dat het niet goed gaat met dat kind, met een sterk verhoogde kans op psychische moeilijkheden op latere leeftijd. In hun volwassen leven kampen de 'té stille kinderen' vaak met depressies of komen ze in het criminele circuit terecht.

Uit de boot


De Erasmusuniversiteit startte in 1983 een onderzoek bij 2.000 mensen. Dr. Marijke Hofstra rondde het af. Ze onderzocht de emotionele problemen van kinderen tot de volwassenheid. Vanaf hun vierde jaar werden de kleintjes gevolgd door verschillende psychiaters. Hun ouders vulden vijf keer een vragenlijst in over het gedrag van de kinderen. De conclusie van dr. Hofstra: veertig procent van de kinderen met gedragsproblemen hebben daar als volwassene ook last van.
De onderzoekster pleit onomwonden voor méér aandacht voor het (te) rustige kind. Niet alleen vanwege de ouders, ook de school moet stappen ondernemen als duidelijk wordt dat een leerling uit de boot valt. Niet alle kinderen moeten meteen naar de psychiater, ook huisartsen kunnen ingeschakeld worden.

Onder dwang?


«De resultaten van dat onderzoek verbazen mij niet,» zegt orthopedagoge en criminologe Jenneke Christiaens van de VUB, ook auteur van het boek 'De geboorte van de jeugddelinquent': «Deskundigen gaan al lang uit van de hypothese dat de volwassenen hun kindertijd - en de problemen van die levensfase - met zich mee blijven dragen. Dat betekent niet dat we kunnen spreken van een voorbestemdheid. Het hoeft niet altijd negatief uit te draaien. De studie spreekt over 'psychische moeilijkheden die mogelijk tot criminaliteit kunnen leiden'. Het gaat over kansen, over risico's, niet over wetmatigheid.
Ik vind het uitermate positief dat gepleit wordt voor aandacht voor alle kinderen, niet alleen voor de opvallende groep van rumoerige, agressieve of hyperbeweeglijke kinderen. Dus ook voor kinderen die niet los kunnen komen in een sociale groep. Onder jeugdcriminologen leeft overigens de trend om zo vroeg mogelijk - preventief en helpend - in te grijpen, met psychiatrische begeleiding bijvoorbeeld.»
Criminologe Christiaens is er zich van bewust dat het om een delicate materie gaat: «In hoeverre kan je daarbij dwang uitoefenen? Ik herinner mij dat ooit stemmen zijn opgegaan om jongelui die met justitie in aanraking komen, systematisch en verplicht aan een psychiatrisch onderzoek te onderwerpen. Zo'n verplichting is er nooit gekomen.»

.

Nu in het nieuws