Werkloosheidsgraad in eurozone blijft 9,1 procent

Print
Het werkloosheidspercentage in de eurozone, gecorrigeerd van seizoensvariaties, was 9,1 procent in juli 2000, onveranderd in vergelijking met juni. Dit meldt het Europese Bureau voor de Statistiek in Luxemburg. In juli 1999 beliep de werkloosheid nog 9,9 procent.
BR>Het werkloosheidspercentage van alle vijftien Europese lidstaten was 8,3 procent in juli 2000, een daling in vergelijking met juni (8,4). Het steeg naar 9,1 in juli 1999.
De laagste percentages werden in juni waargenomen in Luxemburg (2,2), in Nederland (2,6 percent in juni) en in Oostenrijk (3,2). Het werkloosheidscijfer van Spanje (14,2 procent) is het hoogste gebleven van de Europese Unie.
In de voorbije twaalf maanden is het werkloosheidspercentage gezakt in alle lidstaten. De belangrijkste relatieve dalingen deden zich voor in Nederland (van 3,4 naar 2,6 procent in juni), in Ierland (van 5,7 naar 4,5), in Zweden (van 7,1 naar 5,6), in Frankrijk (van 11,3 naar 9,6) en in Oostenrijk (van 3,8 naar 3,2 procent).
In juli 2000 was het werkloosheidscijfer van de min 25 jarigen 17,1 voor de eurozone en 16,1 voor het geheel van de Europese lidstaten. Een jaar vroeger, in dezelfde periode, was dat respectievelijk 18,9 en 17,7.
Oostenrijk, Nederland en Luxemburg hielden het op zes procent of minder. Spanje kwam op 25 procent uit, Italië (in april) meer dan dertig procent.
Ter vergelijking: het werkloosheidspercentage bedroeg 4 procent in de Verenigde Staten en 4.6 procent in Japan. In juli 2000 waren 11.8 miljoen mannen en vrouwen werkloos in de eurozone, 14.3 miljoen in de 15 Europese lidstaten.
MEEST RECENT