Lou Reed betovert tienduizenden folkies

Print
Bontgekleurde dekens in de ene hand en een flesje witte wijn in de andere. De benen bruin van de modder, het bovenlijf rood van de zon. De tienduizenden folkies die het voorbije weekend de weide in Dranouter inpalmden, vertoonden zowat alle kleuren van de regenboog. Vijf basisvragen overheersten het folkfestival, we zetten ze even op een rijtje.
BR>

1. Waar staat mijn tentje?


Vier dagen lang is Dranouter, met normaal 800 inwoners, de grootste camping van de Benelux. Van afgeschreven legerkampen en traditionele driehoekstentjes tot sterk op elkaar lijkende iglootjes, het gros van de festivalbezoekers eet, slaapt en vrijt onder het canvas. Houdt de ene kliek het netjes met een vuilbakje voor elke afvalfractie, de andere maakt er een mesthoop van waarin het moelijk is de eigen sokken te onderscheiden van die van de buren. Barbequesetjes en vaten wijn horen er overal bij. Net zoals het zoeken naar het eigen tentje.

2. En wie is die mijnheer?


Smitlap, Aran, Totarella, het zijn namen die u en de gemiddelde festivalbezoeker niets zeggen. Hoeft ook niet, de folkies weten dat ze in de kleine concerttent, de clubtent en de Euretnica tent vier dagen lang worden getrakteerd op een amalgaan van groepen en stijlen. De liefhebbers kuieren de hele dag heen en weer. Proeven van traditionele Mongoolse deuntjes van Egschligen, laten Susana Seivanes Spaanse doedelzak links liggen en heupwiegen mee op tripfolk van Lunascape. 71 groepen, daar zitten altijd een paar ontdekkingen tussen. Zoals de akoestische en bijzonder melodieuze pop van de Waalse band Venus bv., of de multi-instrumentalisten van het Ierse Kila en de techno-folk van het Belgische Urban Trad. Namen om te onthouden.

3. Geen sant in eigen land?


Het rockpubliek toont weinig respect voor de helden uit eigen land. Vlaamse rockgroepen moeten het vaak eerst in het buitenland hebben gemaakt voor ze in eigen land kunnen scoren. In schril contrast daarmee staat de folkliefhebber. Hij bezorgt de artiest van eigen bodem gegarandeerd kippenvel. Of het nu gaat om Axelle Red, Raymond van het Groenewoud, An Pierlé of Tom Barman: de Vlaamse artiest mag rekenen op een volle en dolenthousiaste tent. Dat Tom Barman grappend opende met "goeienavond stelletje vegetariërs" namen de folkies er graag bij. Barman toonde zich nadien trouwens een perfect gastheer en nodigde vijftig fans uit om tijdens zijn concert plaats te nemen op het podium.

4. Hoeveel pech kan je hebben?


Als we prijzen mogen uitdelen voor de grootste pechvogels, geven we de bronzen medaille aan de entourage van Lou Reed. De vrachtwagen van Reed reed zich backstage potvast in de modder en kon er maar met de grootste moeite worden uitgetrokken door een zware traktor. Het zilver gaat naar de Zuid-Afrikaanse groep Big Voice Jack, wiens bagage met kledij op de luchthaven van Johannesburg werd gestolen. De grootste pechvogel was zonder twijfel de nobele onbekende die de tent van het Vlaams Kruis binnenstapte met verbrande lippen. Hij had het barbecuevuur van te dichtbij uitgeblazen.

5. Hoe deden de groten het?


Nooit eerder was het verschil tussen het grote podium en de kleinere tenten zo groot. Rock en pop domineerden de blauwe concerttent, de pure folk was voor de rest van de podia. De festivalgangers trokken zich weinig aan van deze opsplitsing. De artiesten deden dat trouwens ook niet. Allemaal stonden ze met evenveel goesting op het podium. Axelle Red overwon de paar technische probleempjes met de glimlach en bracht de tent vrijdag voor een eerste maal aan het dansen. Richard Thompson, de Musicosaurus Rex van de folk met het typische hoedje en een felblauwe gitaar bevestigde zaterdag met Walking The Long Miles Home en Crawl Back, zijn jongste single. Schitteren deed Lou Reed, toch niet de eenvoudigste mens. Het nieuwe Modern Dance wisselde vlotjes met ouder werk als Dirty Boulevard. Geen jukebox, wel een stevige set, zonder kapsones. Beter in elk geval dan het Turkse Sertab, dat de zaterdagprogrammatie afsloot met een te hoog Songfestivalgehalte.

Nu in het nieuws