Eiland van de roosappelboom pronkt in Etnografisch museum

Jainisme en boeddhisme zijn allebei in de zesde eeuw voor Christus in India ontstaan. De voorschriften die een jain moet volgen, zijn veel strikter dan die voor boeddhisten. Dat is de reden waarom er maar drie tot vier miljoen jains zijn. In het Etnografisch Museum loopt

De trap naar de verlossing, 2500 jaar kunst en religie van het jainisme

, een prachtige tentoonstelling met oeroude beelden, boeken en kaarten van de jains.

Peter Haex

BR>Het jainisme ontstond in de zesde eeuw voor Christus in het bergachtige noordoosten van India. Net zoals bij het boeddhisme kun je via ascese en zelfkennis opklimmen van gewone sterveling tot monnik en tot verlichte. Bereik je dat stadium, dan hoef je niet meer deel te nemen aan het rad van de eeuwige wedergeboorte.

En het misschien wel bekendste aspect van het jainisme zijn de 'digambara', de in 'lucht' geklede monniken. Ze hebben een absoluut respect voor het leven. Ze lopen naakt - want textiel komt van levende planten of dieren - naar de pelgrimsplaatsen. Ze vegen de weg schoon om geen insecten te vertrappelen. Uit respect voor het leven onthouden ze zich van het eten van vlees, het plegen van overspel, het liegen en bedriegen. De gewone jains zijn meestal zakenlieden. In Antwerpen leven er een 350-tal. Die zijn voornamelijk in de diamant actief.

Ascese

De godsdienst heeft een protestants gevoel over zich. De nadruk ligt op ascese, hard werken en zelf de verlossing bereiken. Dat voel je ook in de kunstproductie. Net zoals bij de eerste christenen en tijdens de reformatie maakten de eerste generaties jains geen afbeeldingen van hun stichter Mahavira. De eerste bewaarde beelden zijn dan ook gemaakt door vreemde, duidelijk door het boeddhisme geïnspireerde, kunstenaars.

Toch is ook het verschil met een Boeddha-afbeelding duidelijk. Bij jains zie je geen verheven voorhoofd of andere, aan de verlichte status refererende, lichaamskenmerken. Langs de andere kant heb je ook licht geïdealiseerde afbeeldingen van godinnen met bolronde borsten. Die godinnen waren vaak het voorwerp van volksdevotie. Er is ook een element van esoterie in het jainisme. Net zoals bij de boeddhisten gebruiken de gelovigen mantra's, steeds herhaalde gebeden, als religieuze uitdrukking. Mantra's hebben ook een visuele pendant, de yantra's. Dat zijn sierlijk gestileerde afbeeldingen.

Studie

Zeer veel aandacht ging bij de jains uit naar studie. In het Etnografisch museum zie je dan ook prachtige voorbeelden van boekkaften en bladzijden uit boeken over kosmologie, geografie en theologie.

Het Etnografisch Museum zorgde voor een massa informatie bij de tentoonstelling. Toch is een bezoek met gids aan te raden. Het universum van de jains - of, zoals zij het noemen, het eiland van de roosappelboom - is complex en vreemd maar ook bijzonder intrigerend.

Etnografisch Museum, De trap naar de verlossing, 2500 jaar kunst en religie van het jainisme, Suikerrui 19, Antwerpen. Tot 15 oktober. Alle dagen open, behalve maandag. Info: 03.220.86.00.

Nu in het nieuws