Antwerpse academie toont chic voor jonge vrouwen

Print
De tijden zijn liberaler en burgerlijker geworden. Zelfs het toonaangevende jaarlijkse defilé van de Antwerpse Modeacademie ontsnapt er niet aan. Weg foute tatoeages en gepiercete navels, weg helse kleuren en opzichtige vestimentaire uitstulpingen. Geen futuristische poppenkast meer stijl Walter Van Beirendonck, maar jonge chic voor dito vrouwen, liefst met politiek correct etnisch randje.
BR>Helemaal nieuw is deze nieuwe burgerlijkheid in de mode niet, maar nog nooit was ze zo dominant aanwezig. Ze zat al ingebakken in de katoenen rokken en eindeloze blauwe jurken die de 32 eerstejaarsstudenten presenteerden en in de vrije historische creaties die de 18 studenten uit het tweede jaar ontwierpen. De romantiek leek zo weggeknipt uit Franse kostuumdrama's.
Het kleine clubje van slechts 4 derdejaarsstudenten vormde een bescheiden uitzondering. Vooral Keith Hioco maakte indruk met naar zijn zeggen Baskische creaties waarin bizarre staafvormige beeldhouwwerkjes werden meegezeuld. Leuk idee om van iedereen een mini-museum te maken. Of Limburger Bart Vandebosch die zijn halfnaakte Chinese mandarijnen met rose rok en roosjescoiffure liet marcheren op snoeiharde heavy metal.
Dat soort ondraaglijke humor of stoute jongensdromen bleken volledig geweerd bij de negen afstuderenden. Wie zou denken dat in dit IT-tijdperk virtuele fantasieën zouden voorbijflitsen, zocht die tevergeefs bij de eindwerken. Neen, geen plastic knutselwerk maar marktgerichte jurken met historisch verantwoorde knipogen beheersten de show.

Capara


De ex-Joegoslavische tweeling Vera en Olivera Capara speelden het best in op deze trend. De ontwerpen van het duo waren moeilijk van elkaar te onderscheiden. Enkele mannequins combineerden zelfs de rokken, broeken en mantels van de zusjes die zich lieten inspireren door kerkhofkransen en glasraamglinsters. De pakken ademden een tweeslachtige stemming uit: doem of verrijzenis. Je kan ze zowel op een feest als op een begrafenis dragen.
Ongetwijfeld zat er een Slavisch element in. Net zoals er in de zijden en kasjmier broeken en rokken van Tabassom Charaf oosterse verwijzingen zaten. En in de grappige zwartwit geblokte en geruite jurken en buishoeden van Tom Notte Britse elementen. En in de elfachtige collectie van Christian Wijnants verwijzingen naar het strand van Biaritz of Deauville in de jaren twintig. De zomerse jurken in afgebleekt rose en groen met schelpjesmotieven kunnen zo de winkels in. Ze zullen ook zeker in de smaak vallen van jurylid Stephan Schneider. Eenzelfde soort nostalgie en breekbaarheid vonden we ook terug in de eindeloze mosgroene rokken van de Antwerpse Natasja Brack.

Zelfoverschatting


Was er dan niets agressiefs te zien? Een stoer statement van zelfoverschatting, iets waar mode ook toe dient? Toch wel. De leren vogelpakken van Markus Strasser en de felrode- en gele zonnejurken van Bart De Backer putten inspiratie uit de vreemde wereld van de filosofie en de magie. En dan was er de afsluiter, Tim Van Steenbergen, meteen de jongste afstuderende. Hij bracht zes trommelaars mee die metalen vaten bewerkten alsof hun leven ervan afhing. Op die pijnigende tonen schreden vrouwen in gigantische korsetten voort. Blootsvoets en theatraal. Geen wonder dat de jonge Beersenaar te kennen gaf, minder geïnteresseerd te zijn in couture, maar meer in cultuur en performance. Misschien is ook daarvoor nog een plaatsje vrij in een bravere, nieuwe wereld.
Nu in het nieuws