Jean-Luc Dehaene duikt opnieuw verkiezingen in

Print
Locomotief Jean Luc Dehaene staat momenteel op een zijspoor. Maar het vuur in de ketel is niet gedoofd. Integendeel, het wordt opgestookt. De tender is afgeladen met kolen. Binnen de CVP is het een publiek geheim dat Dehaene in september onder stoom zal staan. Klaar voor de gemeenteraadsverkiezingen.
BR>Dehaene liet na de verkiezingsnederlaag en de machtswissel amper in zijn kaarten kijken. "Ik ben niet in de politiek geboren, ik zal er ook niet in sterven", orakelde hij een jaar geleden. Velen interpreteerden die uitspraak als een adieu aan de actieve nationale politiek. Niemand zou het hem toch kwalijk nemen indien hij na een premierschap van acht jaar zou plaatsnemen in de reserve van de natie? Bovendien wordt hij op 8 augustus zestig. Dertig jaar slijtage in de genadeloze Wetstraat gaan aan niemand ongemerkt voorbij. Maar Dehaene is allerminst de man voor een nine to five-job, sloffen aan en indutten voor tv. Hij zou het besterven.
Gehoorzaam aan de ongeschreven regel in dit land dat ex-premiers zich een jaar gedeisd opstellen en zich onthouden van commentaar op de actuele politiek, is Dehaene wat op de achtergrond geraakt. Ogenschijnlijk althans. Sluw als hij is, verschijnt hij geregeld op tv. Als het niet voor een match van de Rode Duivels is, duikt hij wel op in een of ander softprogramma. Hij verstaat zelfs de kunst om in de belangstelling te treden door afwezig te blijven. Zoals bij de eedaflegging van prins Laurent in de Senaat.

Reconversie


Bij niet weinig partijgenoten groeide het afgelopen jaar de overtuiging dat Dehaene aan een reconversie toe was. De ex-premier rijgt de bestuursmandaten aan elkaar (Lernaut en Hauspie, Telinfo, Union Minière). Zijn mandaat als senator kan hem nauwelijks boeien. Hij komt er weinig, vindt dat er niks te doen of weinig te beleven valt, en demonstreert zo zijn misprijzen voor de hoge vergadering. Bovendien is Dehaene een geboren bestuurder. Oppositie voeren ligt hem als machtsmens duidelijk véél minder. Dat laat hij maar al te graag over aan Van Peel en de Van Rompuys. Op de vergaderingen van de bureau- en bestuursvergaderingen - de zeldzame keren dat hij opduikt - neemt hij zelden het woord. En nooit over polemische kwesties, waarbij hij het risico loopt 's anderendaags in de krant te moeten lezen wat hij daarover heeft verkondigd. Hij houdt zich heel bewust op de vlakte en blijft doorgaans erg algemeen. Desinteresse volgens de ene, loyauteit en voorzichtigheid volgens de andere. Hoe dan ook, als Dehaene spreekt, luistert iedereen. Aan autoriteit heeft hij kennelijk nog niks hoeven in te boeten. Gevraagd én ongevraagd fluistert hij zijn analyse van de politieke toestand in de oren van zijn vertrouwelingen. En dat ze er dan hun plan mee trekken.
Voor veel CVP'ers was het zonneklaar: Dehaene zou de politiek vaarwel zeggen. Afhaken en in het bedrijfsleven duiken. Want in tegenstelling tot de meeste politici weet Dehaene écht veel van economie af. Niet weinig belangrijke ondernemingen zouden staan te springen om zijn intellect, leiderscapaciteiten en internationale ervaring in te lijven. Bestuursmandaten brengen centen op. Of Dehaene het daarvoor doet, is hoogst twijfelachtig. Dehaene is als het ware onthecht, zo verzekeren sommigen van zijn intimi. Geld op zich heeft voor hem geen belang. Hij moet een uitdaging zien én de garantie krijgen om als bestuurder ook iets te kunnen. Zonder uitdaging pakt hij zoiets niet aan.
Nochtans volgt Dehaene de politiek van zeer nabij. Haast zeker doet hij ook aan politiek, maar niet zichtbaar. Hij is prominent onzichtbaar aanwezig. Het zou toch onwaarschijnlijk of uiterst naïef zijn te veronderstellen dat Dehaene sinds de machtswissel uit balorigheid niet meer zou spreken met een Verhofstadt, een Michel of een Vande Lanotte. En vice versa.

Route


Lof oogst Dehaene in eigen rangen voor zijn houding ná 13 juni 1999. Hij heeft voor zichzelf een route uitgestippeld, ook al om te vermijden dat hij zou terechtkomen in een fatalisme of het soort ijzeren logica die gebiedt dat gewezen CVP-premiers de trappers kwijtspelen en in een gat vallen. Het voorbeeld van Wilfried Martens indachtig - die de eerste jaren na zijn verdwijnen uit de Wetstraat bijna kapot ging aan verbittering - koos Dehaene voor de vlucht vooruit. Niet zitten kniezen in een hoekje en ten prooi vallen aan zelfkwelling. Velen zien in zijn gooi naar de burgemeesterssjerp van Vilvoorde een heropleving. Anderen noemen het een kentering in zijn politiek gedrag. Wat zeker is: Dehaene wil per se burgemeester worden. Hij heeft er zijn zinnen opgezet en gaat bikkelhard campagne voeren. Hij heeft zélf bewust de polarisatie ingezet. Het is hij tegen de rest.
CVP-voorzitter Stefaan De Clerck dacht in februari het warm water opnieuw te hebben uitgevonden toen hij de piste opende om Dehaene op 8 oktober in Antwerpen te laten opdraven. Zonder ruggespraak met Dehaene, noch overleg met de partijtop. Het is hem niet in dank afgenomen. Zijn oren tuiten er nog van. Of Dehaene een hoge pet op heeft van de nieuwe CVP-roerganger is niet meteen duidelijk. Maar toen Dehaene nog in de Lambermont (de ambtswoning van de eerste minister) resideerde, heeft hij minister van Jusitite Stefaan De Clerck herhaaldelijk op zijn plaats gezet tijdens de vrijdagse ontbijtvergaderingen van de CVP-top.
Overigens houdt Dehaene nog steeds kantoor in het hoofdkwartier van de CVP. Misschien wipt hij toch af en toe eens binnen bij de voorzitter. Of ontmoeten ze elkaar wel toevallig in de lift.
Het catastrofescenario - Dehaene opnieuw premier - waarvan sommige CVP'ers nog luidop dromen, lijkt hoe langer hoe meer volstrekt utopisch. De kaarten liggen bijzonder slecht om Jean-Luc Dehaene opnieuw binnen te halen als de vader des vaderlands, de ultieme redding in een uitzichtloze situatie.
Het gaat globaal bekeken voortreffelijk met het land. Ironisch gezegd: de CVP heeft dus ongelooflijk malchance. Zoals de economie nu draait, is de woestijn van weleer een oase geworden. Vecht in die omstandigheden het beleid van premier Verhofstadt maar eens aan.
Nu in het nieuws