Wat is een toneelschool waard?

Het voortbestaan van twee toneelscholen doet de emoties hoog oplaaien. Het was voor beroepspoliticus Ward Beysen (VLD) en schrijfster Kristien Hemmerechts voldoende reden om dit weekeinde een rondje verbale moddercatch ten beste te geven op de openbare tv. Maar al hun politiek gescheld was naast de kwestie. Alles draait, zoals steeds, om geld en de vraag is: wat mag een goede theaterschool de gemeenschap kosten?

Frank Heirman

BR> De Studio Herman Teirlinck en de toneelopleiding Dora van der Groen kosten te veel. Maar cijfers worden in de soms bitsige discussies behoedzaam vermeden. Ook over het historisch belang van beide scholen verneem je nauwelijks iets. Alleen het decreet dat de versmelting van beide scholen gebiedt, telt. Merkwaardig.

Vandaag gaat het goed met het Vlaamse toneel, maar ooit was het anders. De hoogconjunctuur is voor een groot deel te danken aan de onderlinge concurrentiestrijd en de wederzijdse beïnvloeding tussen Studio Herman Teirlinck en de toneelopleiding Dora van der Groen. De dramatische afdelingen van de conservatoria van Brussel en Gent moesten vanop de zijlijn toezien hoe Antwerpen de krijtlijnen uitzette voor theatervernieuwing.

Luc Philips

Het Conservatoriumtoneel gaat terug tot 1867 wanneer Peter Benoit in zijn Vlaamse Muziekschool een leergang declamatie en toneelspel opneemt. In 1898, bij de stichting van het Koninklijk Vlaams Conservatorium, richt Benoit meteen weer een dramatische afdeling op. Onder de bezielende leiding van Maurits Sabbe, later ook conservator van Museum Plantin-Moretus, wordt een generatie gevierde acteurs opgeleid met Ida Wasserman, Jenny Van Santvoort, Corry Lievens, Jet Naessens en Luc Philips als coryfeeën. Beide laatsten zullen in de jaren zestig lesgevers worden aan het Antwerpse Conservatorium.

Maar ondertussen is er in de toneelwereld veel veranderd. Acteren is niet meer uitsluitend declameren en er ontstaan vele vormen van modern dramatisch spektakel. Schrijver Herman Teirlinck reageert tegen het bestofte salontheater en richt in 1946 de Studio Nationaal Toneel op, in 1967 naar zijn naam omgedoopt tot Studio Herman Teirlinck.

De Studio, eerst geleid door Fred Engelen en later door Alfons Goris, blijkt in de jaren vijftig en zestig een broeinest van nieuwe ideeën en talenten. Tot de eerste studenten behoren Walter Tillemans en Dora van der Groen.

Die neemt in 1980 de spelopleiding van het Conservatorium over van Luc Philips en zorgt voor een persoonlijke pedagogische invulling met snelle en verbazende resultaten. De furoremakende

Vlaamse Golf

, gegangmaakt door Luk Perceval, Lucas Verdervost, Dirk Tanghe, Stan, De Koe, Maten en de Roovers, is klaargestoomd in het Conservatorium.

De Studio Herman Teirlinck reageert op het succes van Dora van der Groen met de aantrekking van Jan Decleir als artistiek leider en een bont aanbod aan persoonlijke opleiding en vervolmaking. Ook die kent succes want vele afgestudeerden vinden hun weg naar de podia en de televisie.

Besparen

De van bovenhand opgelegde beslissing om de succesrijke toneelscholen te fuseren vanaf september 1995, valt in artistieke kringen slecht. De idee erachter heeft niets te maken met verbetering van onderwijs, maar uitsluitend met rationaliseren en besparen. Zoals ook de fusies van gemeenten en ziekenhuizen heeft aangetoond, gaat dat steeds ten koste van de kleinere broertjes in het grote geheel. Dat zijn in dit geval de toneelopleidingen.

Emotioneel vechten tegen de fusie lijkt niet langer haalbaar, maar misschien kunnen de verantwoordelijken van beide toneelafdelingen al vooruitlopen op een toekomstige

defusie

en proberen te redden wat er te redden valt. Dat zal de belangrijkste opdracht worden van de commissie die vanaf deze week bij elkaar komt.

Het comité van tien, dat bestaat uit vier leden van de Studio, vier van de opleiding Dora van der Groen en twee onafhankelijke experts, moet een juist evenwicht proberen te zoeken tussen eerlijk bezuinigen en toch de dynamiek van de twee pedagogische projecten te vrijwaren.

Financieel kan er best open kaart worden gespeeld. De toneelstudent is peperduur, zeker in vergelijking met de toekomstige onderwijzer, secretaris, verpleger of technisch ingenieur. Maar hoeveel te duur? Daar moet de Hogeschool Antwerpen precies op antwoorden. Gaat het om

slechts

8 miljoen frank per jaar? En is dat een te hoge prijs voor goed theater?

Het feit dat de opleiding Dora van der Groen goedkoper is dan de Studio moet niet onder de mat worden geveegd, net zo min als de vaststelling dat beide scholen door hun genadeloze toelatingsproef - bij de Studio komt er slechts 1 op de 20 kandidaten in - nauwelijks overtollige studenten afleveren.

Sommige toneelkenners, zoals Luk van den Dries van de Antwerpse Universiteit, noemen het onderscheid tussen beide opties een kwestie van accenten. Dat klopt als men er vanuit gaat dat beide scholen de beste acteurs willen opleiden in een steeds veranderende tijd. Maar de juiste accenten kunnen een groot verschil uitmaken en de dynamiek betekenen voor nieuwe stromingen. Met de theateropleidingen vast te vriezen in een star decreet, doodt men het toneel.

Nu in het nieuws