Toon Hermans debuteerde op biljarttafel in café

"Al die flauwekulletjes van het theater vinden hun oorsprong in mijn jeugd. Overwonnen verdriet", zei Toon Hermans vaak in interviews. Nochtans werd Nederlands' grootste conferencier op 17 december 1916 geboren als zoon van een welvarende bankier. Maar de crisis van de jaren dertig dompelde het gezin in diepe armoede. In het Zuid-Limburgse stadje Sittard stond zoiets gelijk met gezichtsverlies. "Als kind voelde ik me vreselijk gediscrimineerd. Tot ik gek ging doen. Dan kreeg ik ineens applaus." De jonge Toon Hermans zag al vroeg in dat humor hem de kans bood om uit zijn isolement te breken. "Ze hebben mij letterlijk het podium op 'geklapt'. Want eigenlijk wou ik helemaal geen artiest worden", herinnerde hij zich later.

Hans Visser

BR>De clowns op de kermis vormden de inspiratiebron van de jonge conferencier. En op een mooie dag zette hij uiteindelijk zelf de stap. Een cafébiljart werd zijn eerste podium. Daar werd de basis gelegd voor de wereldartiest met de aanstekelijke levensblijheid. Een eerste poging, begin jaren '50, om met een eigen gezelschap zonnige kolder te brengen, sloeg niet echt aan. Intussen rijpte er wel een ander idee. In 1956 kondigde de toen 39-jarige Toon Hermans zijn eerste onemanshow naar Amerikaans voorbeeld aan. Meer dan twee uur lang helemaal alleen op het podium, iedereen verklaarde hem gek. Maar de sceptici kregen ongelijk, het solo-optreden werd één grote triomf. Toen twee jaar later zijn tweede 'one-man-show' op televisie kwam, leken de Nederlandse steden uitgestorven. Iedereen zat aan het scherm gekluisterd.

Lichtvoetige nummertjes als

Mediterranée

en

Als een ballonnetje

groeiden uit tot klassiekers. Na Nederland gingen ook Duitsland, Oostenrijk en België plat voor de kwetsbare charme van een nummer als

24 rozen

en onsterfelijk geworden sketches als

de gehaktbal

of

auditie

, een sketch over een verlopen goochelaar uit het oude variété die auditie doet voor de televisie maar pijnlijk de mist ingaat.

Broadway

Na die reeks onwaarschijnlijke successen volgde de val. Een poging om zijn sketches en liedjes in 1965 naar de Verenigde Staten te exporteren liep faliekant af. Broadway was duidelijk niet klaar voor de virtuositeit van Toon. Tijdens een interview in 1992 zei hij daarover: "Je moet thuis zijn in een land, wil je succes hebben, wil het volk van je gaan houden. Dat heeft niets met kwaliteit te maken. Iedereen die denkt naar Amerika te moeten, raad ik het af." In de jaren zeventig was het alsof Toon bleef worstelen met de nasleep van die Amerikaanse droom. Zijn shows hadden nog steeds hun aardige momenten, maar haalden niet meer het verrassende niveau van daarvoor. In 1984 leek het er zelfs even op dat Toon Hermans afscheid wilde nemen van zijn publiek. Maar na een periode waarin hij het effectief ook rustiger aan deed, ging de conferencier met het klimmen van de jaren een steeds fittere indruk maken. Een succesvolle tournee einde jaren tachtig, die hij weliswaar vroegtijdig moest afbreken voor een bypass-operatie, gaf zijn carrière een nieuw elan. Nederlanders en Vlamingen smulden weer van zijn verhalen over mevrouw 'Loofhutjes' of over de ornitholoog met zijn 'roepie-roepie-vogel'.

Rietje

In 1990 overleed zijn vrouw Rietje. Er knapte iets in Toon, maar het dreef hem in februari 1992 wel weer het theater in. De show droeg hij aan haar op. Een programma waarin hij zo veel verdriet verwerkte, dat hij tijdens een optreden in Nederland na amper drie kwartier het podium moest verlaten, overmand door emoties. Wie dacht dat Toon zich daarna stilletjes zou terugtrekken, had het verkeerd voor. Begin 1996, 79 jaar jong, begon hij aan een zoveelste tournee. "Ik ben zo langzamerhand een bezienswaardigheid geworden. De mensen blijven komen, want dat is historisch zo gegroeid", klonk hij bescheiden aan de vooravond van zijn laatste theatershow.

Eerder dit jaar verscheen Nederlands' grootste clown op zijn 83ste nog een keer in de circuspiste in de Amsterdamse Carré. Daarmee was Toon Hermans even terug in die wonderlijke wereld waar het voor hem allemaal begonnen was. Met zijn kleine fonkelende pretoogjes keek de Nederlandse koning van de lach om zich heen, zwaaide ten afscheid naar het publiek en stapte de arena uit. Zaterdag nam Toon opnieuw afscheid. Dit keer voor eeuwig.