Jan Hoet richt alle ogen op Gent

"Schandalig, dit is geen kunst!" De 600 kilo ham die Jan Fabre tegen de zuilen van het Gentse universiteitsgebouw lijmde, schoten bij velen in een verkeerd keelgat. "Schitterend!" kraaiden kunstliefhebbers en middenstanders.

Over the Edges

, de afscheidstentoonstelling van Jan Hoet die het voorbije weekeinde in Gent opende, maakt van kunst weer hét gespreksonderwerp. Onmogelijk om onberoerd te blijven. Kunst, spektakel en controverse gingen hand in hand.

Frank Heirman

BR>Nederlandse, Duitse en Franse journalisten en cameraploegen waren zaterdag naar Gent afgezakt om verslag uit te brengen over de kunstingrepen in het stadscentrum. Zelfs CNN berichtte rechtstreeks over de expositie.

Kunst die nieuwswaarde krijgt: het komt niet elke dag voor. Ook de Gentse burgemeester Frank Beke toonde zich in zijn openingstoespraak blij verrast. "Kunst staat in de kranten meestal onderaan op pagina 23. Jan Hoet slaagt erin om van Gent voorpaginanieuws te maken. Daar moeten wij, politici, het hoofd voor buigen."

Jan Fabre

Dat

Over the Edges

pagina één haalde, was vooral het werk van Jan Fabre. De Antwerpenaar bekleedde de universiteitszuilen met meer dan 600 kilo Gandaham. De antivleeslobby stond meteen op zijn achterste poten. Maar ook armenzorg, de daklozenverenigingen en zelfs de Gentse Poezenboot maakten met spandoeken en strooibiljetten duidelijk dat het werk hun niet beviel.

Nadat Jan Fabre in een onhandige poging had geprobeerd het protest te smoren met het fabeltje dat het om 'verstreken' ham ging, recupereerde Jan Hoet op geslepen wijze de hele hetze. De vleesrel zorgde voor onbetaalbare publiciteit voor de expositie. Bij de opening onderstreepte Hoet dat het vlees wel degelijk van excellente kwaliteit was, "want kunstenaars maken uitsluitend gebruik van topkwaliteit".

Meteen nodigde de museumman alle demonstranten uit om met hun spandoeken goed in het zicht te komen staan. "Een tentoonstelling zonder controverse is mislukt. Zonder tegenstem hebben we geen stad die leeft. Iedereen mag zijn mening zeggen."

Hangende tuin

Ook in het zicht van de

hamzuilen

van Jan Fabre mochten de betogers de hele dag ongestoord hun afkeer uiten. Ze gingen zelfs op een merkwaardige manier deel uitmaken van dit kunstwerk. Zeker toen een aantal Gentenaars en kunstliefhebbers met hen in dialoog wilde treden. Al vlug spitsten de discussies zich toe op de 'hamvraag' wat weggesmeten geld nu precies is. Het vleeskunstwerk van Fabre, dat een kwart miljoen frank kost? Of de gigantische

Hanging Basket

, een gesponsorde hangende tuin die tot oktober het uitzicht op het Belfort van Gent ontsiert?

"De tentoonstelling van Hoet zorgt voor publiciteit en tienduizenden extra toeristen", luidde het argument van de kunstlobby. "Wat van die superbloembak niet kan worden gezegd."

Bovendien geeft Fabres kunstwerk op een spectaculaire en cynische manier commentaar op de productie van luxegoederen in de westerse maatschappij. Het verwijst ook naar de inpakkunst van Christo, maar dan op een Vlaamse, vleselijke wijze. Wie wil, kan er zelfs een verwijzing naar de dioxinecrisis in lezen, toen tonnen en tonnen vlees niet in de magen maar in de vilbeluiken verdwenen.

Je kunt Fabres kunstwerk wél bekritiseren om zijn té hoge spektakelwaarde. Het neigt naar gadget-kunst. Maar dat is niets nieuws. De tijd van het wereldvreemde oeuvre is voorbij. Sinds de barok mikken vele kunstenaars ongestoord op de gemoederen. Door de opmars van de spektakelmaatschappij in de jaren zestig, kan de kunst niet meer opzij gaan staan. In een tijd waarin alles (media)spektakel is, zet ook de kunst steeds grotere middelen in. Disneyland is soms niet veraf.

Heiligschennis

Alle aandacht die Fabres werk trok, doet onrecht aan de vele andere, soms minder schreeuwerige installaties die tot 30 juni in Gent staan opgesteld. Van de Kosovaar Sisley Xhafa, die een politiekantoor veranderde in een gezellige woonkamer, inclusief sterke drank. Van de Italiaan Alberto Garutti, die de straatlichten van de Vrijdagmarkt verbond met de kraamafdelingen van de Gentse ziekenhuizen, zodat bij elke geboorte de lichten aanfloepen. Van de Cubaan Kcho, die een steigertje van afvalhout aanlegde in de slotgracht van het onaantastbare Gravensteen. Of van Peter de Cupere, die bij het stadhuis een madonna in wc-blokjes plaatste.

Heiligschennis? Jazeker. Nutteloos? In de gangbare opvatting wel. Maar ook: installaties die niemand onberoerd lieten, die bezoekers op een andere manier naar een stukje Gent deden kijken. "De stad der wonderen", kopte de krant

De Standaard

terecht.

Wanneer Jan Hoet volgend jaar de Arteveldestad inruilt voor het Duitse Herford, zal het aan de samenvloeiing van Leie en Schelde wellicht minder rumoerig maar ook saaier worden.

Nu in het nieuws