Een leven in het verleden

In Novi Ligure wint Fausto Coppi ook dit jaar Milaan - Sanremo
BR>NOVI LIGURE - Daar staan ze. Kinderen van dezelfde stad, samen goed voor negen overwinningen in de Primavera, en nu, hun koppen in brons gegoten, op de Piazza Giovanni Falcone e Paolo Borsalino. Links Fausto Coppi, rechts Costante Girardengo. Kampioenen in de overtreffende trap. Dit is Novi Ligure, na 96 km in Milaan - Sanremo. Het Meensel-Kiezegem van Italië. "Ik volgde het wielrennen, tot Coppi", zegt een grijsaard, met enkele oude makkers struinend door de rustige binnenstad. "Nadien niet meer. Waarom zou ik? Betere fietsen, betere wegen, betere dokters. Niks meer aan."
Coppi, Coppi, Coppi... 40 jaar dood, alle tranen zullen nu wel gedroogd zijn, maar dat tijd alle wonden, is gelogen. Een cliché als aspirine voor verdriet. Ze missen hem nog altijd en met hem de liefde voor het wielrennen. Jawel, 40 jaar na zijn dood hebben ze het weekend van de Primavera aangewend voor een Festival del Ciclismo. Jawel, ze hebben 9 miljard lire uitgetrokken voor een Museo del Ciclismo dat in aanbouw is. En jawel, nummer 168 -Gobbi, blijkt later - wordt door enkele honderden begroet bij zijn eenzame passage door de stad. Maar Novi Ligure leeft in het verleden. Milaan - Sanremo is ook dit jaar door Fausto Coppi gewonnen.
Vroeger was het beter. Met Coppi, met Novi Ligure, met heel Italië.

Een beetje weg van de A7 van Milaan naar Genua, vlak voor de Turchino, ligt het. Fausto Coppi werd hier niet geboren, dat deed hij in het piepkleine Castellania wat verderop, maar het grootste deel van zijn leven woonde hij hier dus. Eerst in de Viale Rimembranza, later op de Strada per Serravalle. Villa Coppi staat daar nog, op nummer 120, en op de bel staat nog steeds COPPI. Maar het hek blijft gesloten, Faustino, kind van zijn liefde met Giulia Ochini (de Dama Bianca) leeft in dit rode huis dat vooral aan vergane glorie doet denken.
Ze zijn fier op Coppi. En op Girardengo natuurlijk, hier zelfs geboren, op Mario Ferretti, Andrea Carrea, Pietro Fossati en Ettore Milano. Allemaal uit de streek, allemaal afgestudeerd aan wat ze dan maar de Universita del Ciclismo noemen. Zonder Biagio Cavanna te vergeten, de masseur van Coppi. Blind, maar met gouden handen. De vijf oude makkers die druk pratend het verleden nog eens herkauwen, kenden hem persoonlijk. Zoals ze Coppi kenden. "De avond voor hij naar het hospitaal in Tortona moest, had ik hem nog aan de telefoon", zegt er eentje. "Ik had een groenten- en fruitzaak en Coppi wilde wat bestellen. Maar zijn stem klonk toen al zwakjes." Als het niet waar is, is het mooi dat de man met de gedachte kan leven. En vroeger was het beter. Met Coppi, met Novi Ligure, met heel Italië.
En toch zijn heel veel winkels versierd. Met wielertruien, met mooie zwart-wit foto's. De fietsenwinkel, maar ook de lingeriezaak, de cd-winkel, de beenhouwer en de bakker. Pasticeria Carletto heeft zelfs een chocoladen Fausto Coppi in het uitstalraam. Gemaakt door Paolo Arecco. Twee kilo chocolade had hij ervoor nodig. "En twintig uur werk", zegt hij. "Alleen maar chocolade, hé, geen frame of ander opvulsel. Of ik het verkocht krijg? Goh, eigenlijk is dat niet eens de bedoeling. Wil iemand het, dan maak ik een prijs. De chocolade kost 200.000 lire per kilo. Maar wellicht gaat het naar het Museo Coppi. Als ze het een beetje fris houden, kan het lang bewaren."
Het Museo Coppi, allicht bedoelt hij Casa Coppi in Castellania. Op 2 januari, exact 40 jaar na zijn dood, werd het geopend. Een geel huis in een dorp met nog amper 60 inwoners. Via Fausto Coppi is het adres, alleen het huisnummer moet een vergissing zijn: nummer 2. Massimo Zoli houdt het in de weekends open, met zijn broer Maurizio runt hij in Novi Ligure een drukkerij-uitgeverij. Laatste uitgave: een kalender voor 2000 met Coppi. Meer dan 5.000 exemplaren van verkocht. "Toen we kind waren, zijn we nog samen bij hem thuis gaan aanbellen voor een handtekening. Hij deed de deur open, we kregen ze, en we moesten erbij huilen."
De koers nadert. De eerste wagen met Servizio Corso heeft succes: een pakketje met t-shirt, petje, zonnebril en paraplu heb je voor 10.000 lire. Tweehonderd frank! Twaalf minuten voor het snelste tijdschema wordt het rond punt afgezet en de koers gekanaliseerd. Zuiderse inertie, met oranje dranghekkens. En ze moeten weten dat hier niet gevlamd wordt: de drie balen stro in de bocht, liggen er meer als excuus dan met een functie. Straffe gast die ze past. Daar is dan Gobbi, de eerste, bijna twintig minuten voor het peloton. De woestijn achter zich. Een jong koppel mist zelfs dat: hun klein kotsend kleutertje krijgt alle aandacht. Gelukkig is alles opgeveegd als het peloton arriveert. Museeuw middenin, Jalabert achteraan. Eén flits, één applausje, één minuut: Novi Ligure loopt weer leeg.
Een jong koppel mist de doortocht: hun klein kotsend kleutertje krijgt alle aandacht.

De telefoongids vermeldt drie Coppi's in Novi Ligure, waarbij Fausto's zoon dus, en zes in Castellania. Twintig kilometer verder is dat. Op het kerkhof ligt Fausto Coppi naast zijn broer Serse. Hij zou nu 80 zijn. Aan de tombe, vlak naast een kerkje en een relikwiezaaltje met fietsen en truien van il grande, maar ook geschonken door Merckx, Bugno en Saronni, staan stenen urnen. Geschonken door tifosi, gevuld met aarde van nu eens de Izoard, dan weer de Galibier, de Turchino, de Stelvio. En wensen. Op mijn weg door de Dolomieten was aan jou denken, het minste dat ik kon doen, Fausto.
Gian Carlo Armano van de Associazione Fausto e Serse Coppi kan u alles vertellen. Een paar jaar geleden kwam de man uit Tortona, zelf wielertoerist, zwaar ten val. Coma, twee maanden ziekenhuis en het licht gezien: deze Coppi-stichting met klein museumpje was het resultaat.
"Toen Coppi hier woonde, waren er 41 kinderen op school", zegt hij. "Nu telt het hele dorp nog amper 60 vaste inwoners. Om het dorp niet te doen vergeten, hebben we deze stichting opgericht. Vorig jaar 420 leden, vooral ouderen natuurlijk, maar ook jongeren." Er zijn krantenkopies, truien opnieuw, boeken en brochures. En Coppi's doodsprentje: Van het goede leven zijn de dagen geteld. Maar de goede naam blijft eeuwig.
Zabel op dezelfde hoogte als Coppi? Zeg het maar niet luidop.

En plots staat hij daar: Ettore Milano. Rode pet op zijn hoofd, omringd door vier bewonderaars. Knecht van Coppi en toen Fausto's broer stierf, veel meer dan dat. Bij de twee Tours die Coppi won, was hij bij. Ook een keertje toen hij Milaan - Sanremo won. Hij trouwde met de dochter van de blinde verzorger Cavanna. Dichter bij Coppi kan een mens moeilijk zijn. En dus is ook voor hem geen twijfel mogelijk: Fausto was de piu grande.
"Hij heeft alle groten moeten kloppen en wie waren Merckx' tegenstanders?", vraagt Milano. "Gimondi en De Vlaeminck. Basta. Ooit was Jacques Goddet hier in Novi Ligure. Ze vroegen hem wie hij de grootste atleten uit de geschiedenis vond. Drie zwarten en één blanke, antwoordde hij. De zwarten waren Owens, Robinson en Pele."
De blanke was geen Belg.
Zijn eigen aureool zweeft boven zijn pet: groot geworden met Coppi, zo gebleven. Zelfs 40 jaar na de dood van de grote, leeft Milano nog altijd dankzij hem. En haalt hij uit zijn wagen een envelopje met zwart-wit foto's: hij en Coppi. Handtekening erop, zo, Ettore Milano. Wie stond er ook weer naast Milano?
In Sport Bar in Novi Ligure hangt een vreemd bordje: gelieve de tafeltjes op zaterdag vrij te houden. Je mag wel drinken, maar je moet rechtstaan. Aan de tafeltjes komen gokkers hun Totocalcio of Totogol-biljet invullen. Nu wordt er uitzondering gemaakt, maar slechts drie slaperige, weinig geïnteresseerde oudjes houden hun blik op Raitre. Zabel wint voor de derde keer, zoals Coppi, een minuut later zijn er motorraces op tv. Zabel op dezelfde hoogte als Coppi? Zeg het maar niet luidop.

Tekst:Rik Van Puymbroeck
Foto's: Luc Daelemans


.

Nu in het nieuws