SKB wil klaarheid over mijnenvegers

Print
ANTWERPEN - Zes jaar geleden besliste toenmalig minister van Defensie Leo Delcroix dat België vier nieuwe kustmijnenvegers (KMV) zou bestellen. Wallonië mocht in ruil 46 F16's moderniseren. Die F16's en zelfs een tweede reeks zijn inmiddels reeds lang aangepast, de KMV's staan nog nergens, hoewel de staat in '96 voor de bouw een conventie afsloot met de Antwerpse scheepsbouwer SKB. Onlangs liet de PS weten dat die KMV's niet meer hoeven. "Indien mijn werf in Wallonië lag, dan was het eerste schip van deze reeks al lang aan het varen", zucht afgevaardigd-bestuurder Leopold Longueville van het Scheepvaart- en Konstruktiebedrijf (SKB).
BR>Reeds jarenlang poogt hij het politieke touwtrekken te volgen, terwijl hijzelf toch zijn deel van de contracten met de staat naleefde. Nog even de feiten. Binnen de NAVO is België dé specialist in de verschillende technieken om zeemijnen op te ruimen. In de jaren tachtig begon de bouw van moderne hoogzeemijnenjagers. Voor de operaties in ondiep water zijn daarentegen nog steeds stokoude houten versies in gebruik. Op 25 februari 1994 keurde de regering de bouw van vier nieuwe KMV's goed, kostprijs toen zowat 12 miljard. De bouw zou in drie fasen verlopen die telkens een regeringsbeslissing vergen: een studie- en aanloopfase (200 miljoen), de bouw van een prototype (4,6 miljard) en de bouw van de resterende schepen (7,2 miljard).
Na heel wat strubbelingen wegens het faillissement van de Oostendse scheepswerf Polyship, ondertekent de staat op 8 november 1996 met SKB de conventie voor de bouw. Het oorspronkelijke bedrag, 12 miljard, bleef ongewijzigd en wordt niet geïndexeerd. Voorwaarde was wel dat SKB voor het einde van de 'eerste fase' over de nodige infrastructuur zou beschikken. Dat is inmiddels ook het geval hoewel het Rekenhof - een instrument van het parlement - onlangs nog het KMV-project trachtte te kelderen. Door de prijszetting van een onderaannemer - het Franse CSF-Thompson - zag het er naar uit dat het prijsplafond niet gerespecteerd zou worden.
Bovendien zou de geplande bouwloods in Oostende niet operationeel zijn.
"Enfin", gnuift Longueville, "We hebben daar 150 miljoen geïnvesteerd en zijn daar nu een vissersvaartuig van 22 meter aan het bouwen. De werf die minister Poncelet vroeg, is dus operationeel. Zoals het er nu voorstaat, weet ik niet meer wat we moeten geloven. Er is een conventie en wij hebben ons deel nageleefd. Dit gaat om een project dat gedurende zowat 6 jaar 120 mensen werk kan verschaffen."

Fregatten


SKB kent de Marine. De voorbije jaren deed het bedrijf reeds de upgrading van de drie resterende fregatten van de Marine inzake de bewapening en elektronica. De structuur zelf van deze in 1974 gebouwde schepen is nog niet onder handen genomen zodat dringend ook de romp, dekken en machines moeten worden gemoderniseerd. Die noodzakelijke modernisering waarvoor SKB uiteraard kandidaat is, zou zowat 1,8 miljard kosten.
In de marge van het vertrek van het fregat Wandelaar, onderstreepten Marinekringen vorige week dat ook inzake de fregatten de keuze moeilijk is. Ofwel beslist België met andere NAVO-landen mee te stappen in de bouw van nieuwe fregatten (kostprijs zo'n 15 tot 20 miljard frank per stuk), ofwel moderniseren we de huidige schepen om ze nog een tiental jaren in de vaart te houden. "Doen we niets dan riskeren ze de Erika's van de NAVO te worden", verklaarde een hoge marine-officier.

.

Nu in het nieuws