Diamantairs liggen weer onder vuur

Print
Naar schatting heeft Unita-leider Jonas Savimbi tussen 1992 en 1998 voor liefst 3,7 miljard dollar (zowat 150 miljard frank) aan ruwe diamant verkocht. Dat materiaal komt via verscheidene buurlanden van Angola onder meer in Antwerpen terecht. Met de geïncasseerde middelen kopen Savimbi en zijn guerrillabeweging Unita wapens aan.
BR>Nogal wat niet-gouvernementele organisaties (NGO's), zoals het Britse Global Witness en het Canadese Partnership Africa Canada, kijken al jaren boos naar Antwerpen. Zij zijn ervan overtuigd dat de controles op de Antwerpse diamanthandel niet strikt genoeg gebeuren.
Heel wat Angolese ruwe diamant zou via omwegen door Sierra Leone, Liberia of Congo, vlot ingeklaard raken bij het Diamond Office, een afdeling van de Antwerpse Hoge Raad voor Diamant. Antwerpen moet zijn controles aanscherpen, heet het. Want als Savimbi zijn diamant niet meer verhandeld krijgt, komt de oorlogsmachine automatisch tot stilstand.

Vergelijken


In Antwerpen is men zich bewust van de problematiek. De voorbije maanden werden er al heel wat werkvergaderingen aan gewijd. Maar technisch is het niet eenvoudig om ruwe diamant naar herkomst te identificeren. Angolese diamant kan gemakkelijk worden vermengd met ander ruw goed. Het is dan bijna onmogelijk om de stenen van elkaar te onderscheiden.
Het rapport van Fowler roept Antwerpen er niettemin toe op, verscherpte inspanningen te doen op het vlak van technische controle. Het is best mogelijk, houden ook de NGO's vol. Maar is dit inderdaad wel zo?
Marc Van Bockstael van het Gemmologisch Instituut, een autoriteit op het vlak van diamant, zegt dat het onmogelijk is de herkomst van een diamant met honderd procent zekerheid te traceren. Technologisch is er op dat gebied al heel wat gebeurd. Maar er blijkt nog altijd geen sluitende methode te bestaan om ruwe diamant met zekerheid thuis te brengen. Dus ook Angolese diamant niet.
Van Bockstael was overigens begin dit jaar in opdracht van de Hoge Raad in Luanda. Hij ging er na wat er concreet kon worden gedaan. Zo bleek dat specialisten hooguit tot vergelijkbare karakteristieken van een mijn kunnen komen. Op die manier kunnen ze proberen met een vergelijkende methode diamanten te herkennen.

Dreiging


Maar kunnen Fowler en de Verenigde Naties hiermee genoegen nemen? Waarschijnlijk niet. Ze zullen de druk op Antwerpen beslist nog opvoeren. Er zal allicht mee worden gedreigd dat een en ander de positie van Antwerpen als wereldcentrum voor diamant kan ondergraven. Andere diamantcentra, zoals Tel Aviv of Bombay, zouden dan voordeel halen uit de affaire.
Of Antwerpen daar echt wakker van moet liggen, is een andere zaak. Het is uiteraard niet prettig dat er nog maar eens een smet wordt geworpen op het blazoen van de diamantairs. De afgelopen jaren hebben die al veel meegemaakt. Maar dit is nu eenmaal het lot van een marktleider. Alle middelen zijn goed om die reputatie te ondergraven.
Hebben ze in Tel Aviv, Bombay of New York trouwens een alternatief voor de niet-sluitende controle op de invoer van ruwe diamant? Helemaal niet. De ontwikkelingen wat het identificeren van diamant betreft, worden doorgaans vanuit Antwerpen geleid. Maar daar heeft Fowler in zijn rapport kennelijk niet voldoende aandacht voor.
Dat hij zelf geen wetenschappelijk onderbouwde voorstellen doet, kan Fowler worden vergeven. Hij is tenslotte geen diamantexpert. Maar hij mag niet twijfelen aan de goede wil die de Antwerpse diamantairs in deze zaak aan de dag leggen.


MEEST RECENT