Meer greep op gemanipuleerde planten

Print
Transgene planten bevatten meestal antibiotische merkergenen die aantonen dat een vreemd, maar gewenst gen tot expressie komt. Deze merkergenen zijn echter mogelijk schadelijk voor het milieu en voor de mens. Een onderzoeker van de Rockefeller universiteit in New York heeft een methode ontwikkeld die de merkergenen volledig uitschakelt.
BR>
Als eenmaal het bewijs is geleverd dat een ingebracht gen werkt zoals verwacht, dan heeft het merkergen geen nut meer. Maar het blijft wel in de plant actief en kan bijvoorbeeld via bacteriën overspringen naar de omringende natuur. Daar kunnen ze overgaan op wilde planten en dieren. Zo reageert de monarchvlinder zeer gevoelig op een maïssoort die ongevoelig is gemaakt tegen onkruidverdelger. Als het antibioticagen in ons voedselpakket terechtkomt kunnen mensen ongevoelig worden voor antibiotica. Dat risico is een van de grootste bezwaren van milieuactivisten tegen genetische manipulatie van landbouwgewassen.

Biotechnoloog Nam-Hai Chua heeft een chemische techniek ontwikkeld die het niet-gewenste DNA als het ware wegknipt. Hij maakte een zandraket verrijkt met DNA van een antibiotische merker, een recombinant gen (de schaar) en een chemische promotor. Dank zij die chemische stof wordt de merker achteraf verwijderd. De nieuwe methode, beschreven in Nature van 3 februari, verhoogt de controle op transgene gewassen, zo verzekert de onderzoeker. Bijkomend voordeel is dat de methode niet alleen kan worden toegepast bij voortplanting via zaden, maar ook bij planten die zich vegetatief vermeerderen (zoals via stekken).

.

Nu in het nieuws