Verwilghen tolereert geen coffeeshops

Print
De regering heeft niet gekozen voor de depenalisering van drugs, ze blijft drugsgebruik strafrechtelijk vervolgen, er komt geen gedoogbeleid à la Nederland en er komen ook geen coffeeshops. Dat heeft minister van justitie Marc Verwilghen dinsdag verklaard tijdens het drugsdebat in de Kamer.
BR> De minister benadrukte dat de regering het individueel gebruik van drugs maximaal wil beperken. Daarom blijft het ook in de strafwet staan, zei Verwilghen, die er wel meteen aan toevoegde dat rekening wordt gehouden met de maatschappelijke realiteit: ondanks een verbod zullen drugs niet uit de samenleving verdwijnen.
De wet van 1921 wordt op twee vlakken gewijzigd. Enerzijds wordt het onderscheid ingevoerd "tussen drugs en cannabis". Anderzijds haalt de regering de term "gebruik in groep" - die verwijst naar het het gebruik van opium in de 19de eeuw - uit de wet. "De laatste 50 jaar is dit toch nooit meer toegepast", verduidelijkte het regeringslid. Daarom wordt voortaan op individueel vlak vervolgd, luidde het. Een omzendbrief moet wel zorgen voor een eenvormig vervolgingsbeleid. Ondertussen verandert er niks aan het beleid, beklemtoonde Verwilghen.
Wat cannabis betreft wordt er voortaan geen pv meer opgesteld bij persoonlijk gebruik. Dat gebeurt wel wanneer sprake is van problematisch gebruik (iemand die het gebruik niet meer onder controle heeft), maatschappelijke overlast (gebruik in het bijzijn van minderjarigen of gebruik dat de openbare orde verstoort) en wanneer de drug gebruikt wordt in risicosituaties (in het verkeer, in de buurt van scholen, ...). De regeling is wel niet van toepassing op minderjarigen, benadrukte Verwilghen. Zij vallen onder de wet op de strafrechtelijke bescherming van minderjarigen. Het is dus de jeugdrechter die over hen beslist.

.

Nu in het nieuws