Rotterdamse aanpak werklozen kan ook Antwerpen inspireren

Print
Jongeren, migranten en laaggeschoolden zijn zowel in Antwerpen als in het perfect vergelijkbare Rotterdam dé risicogroepen op de arbeidsmarkt. Rotterdam helpt hen met een ruim gesubsidieerd, flexibel beleid op maat van zijn deelgemeenten. Onze districten kunnen zich daarop inspireren, meent Jan Van den Eynde van het ACV-Antwerpen.
BR>Antwerpen en Rotterdam zijn beide havensteden. Ze hebben 'ongeveer' dezelfde bevolkingsaantallen en kampen met hetzelfde probleem van langdurige werkloosheid.
"Hoe pakken zij die hardnekkige werkloosheid aan?", vroeg Jan Van den Eynde, secretaris van het ACV-Antwerpen zich af. Prompt bestelde het ACV bij de Universiteit Antwerpen een vergelijkende studie. Die werd vrijdagavond formeel voorgesteld.
Gazet van Antwerpen: Waarom nu zo'n studie?
Jan Van den Eynde: Bij het aantreden van het huidige stadsbestuur stelde het ACV in 1994 een bekommernisnota op. Toen vroegen wij dat een lokaal bestuur zoals de stad Antwerpen een aanvullend werkgelegenheidsbeleid zou ontwikkelen om de risicogroepen in de werkloosheid te begeleiden.
Dat was toen totaal nieuw. Jobbeleid was een zaak van de federale of Vlaamse regering. Onze nota heeft hoe dan ook inspirerend gewerkt. Er was een werkgelegenheidsconferentie, er is een eigen Antwerpse Werkgelegenheidscel opgericht, er is al één Werkwinkel. Maar alles is nog te kleinschalig, te traag. De Werkgelegenheidscel telt drie (!) mensen, Rotterdam heeft daarvoor enkele honderden mensen in dienst.
Wij willen de dynamiek verder aanzwengelen en het volgende stadsbestuur een nieuwe bekommernisnota voorleggen. Deze studie kan daar een basis toe vormen.
Het lijkt soms appelen met citroenen vergelijken. Begrippen vallen niet altijd samen en zelfs op kernvragen kan auteur Kaat Van den Audenaerde geen antwoord geven. Zo berekent ze dat Rotterdam vorig jaar ongeveer 15,2 miljard frank gaf aan dit lokale arbeidsmarktbeleid. Voor Antwerpen is zo'n cijfer niet bij elkaar te harken.
Klopt. En dat is meteen al een eerste conclusie. Ons systeem is te complex, te weinig doorzichtig. We moeten dit zoals in Nederland meer stroomlijnen zodat we klaar kunnen zeggen: dit zijn de doelstellingen, dit zijn de resultaten, dit is de doorstroming naar vaste jobs. Als sommige streefcijfers dan niet worden gehaald, is dat geen schande.
Ik stel vast dat Rotterdam meer middelen inzet en resultaten heeft. Rotterdam heeft nu zowat 12% werklozen tegenover 16% in 1996. Uit de studie blijkt niet of dat een gevolg is van dit beleid of van de conjunctuur.
Nederland geeft zijn gemeenten al tien jaar middelen voor een eigen werkgelegenheidsbeleid. Tegelijk heeft Rotterdam dit lokale beleid verder uitbesteed - met budgetten - aan zijn deelgemeenten.
Uitgerekend daar ligt voor Antwerpen een inspirerend voorbeeld. Volgende legislatuur gaan in Antwerpen de districten van start. Op vlak van arbeidsmarktbeleid zijn die een lege doos, een gemiste kans. Wij zouden graag zien dat er een debat op gang komt om dit beleid bij hun bevoegdheden te steken. Deelgemeenten of districten kunnen beter inspelen op de knelpunten ter plaatse. Die zijn voor Borgerhout of Zandvliet niet dezelfde.
Het stadsbestuur poogt dat zelf te ondervangen door de Werkwinkels. Maar er is er nog maar één, niet toevallig in Borgerhout. De opening van de andere 'winkels' duurt te lang.
We vragen ons in dat verband ook af of een stad zoals Antwerpen niet een schepen voor Werkgelegenheid moet hebben. Nu zit dit beleid opgesplitst over sociale zaken, openbare werken, onderwijs, ruimtelijke ordening, enzovoort. Tegelijk zou er best een Sociaal Economische Raad Antwerpen komen.
Rotterdam heeft niet alleen gedecentraliseerd, tegelijk heeft het een heel eigen aanpak ontwikkeld.
Wat ons bijzonder inspireert, is dat Rotterdam met zijn Werkstad een soort eigen onderneming heeft ontwikkeld, of beter een soort uitzendbureau vanuit de overheid. Bij ons is die taak deels ingevuld door derden zoals Vitamine W.
Rotterdam Werkstad neemt alle administratieve rompslomp voor zich, de bedrijven komen er zich 'bevoorraden' in langdurig werklozen. Dat laat toe die mensen veel directer een echte bedrijfservaring te geven dan een ervaring in een kunstmatige omgeving. Werkstad doet dat op grote schaal, zowel naar de publieke als naar de privé-sector. Zo'n 4.000 tot 5.000 mensen hebben al werkervaring opgedaan.
Wettelijk mogen wij zo'n systeem niet opzetten. Bij ons zou dit koppelbazerij zijn. Laten we het systeem zo dicht mogelijk benaderen en de risico's en de rompslomp voor de werkgever minimaal maken.

.

Nu in het nieuws