"Vlamingen willen wroeters"

Honderd jaar sport. Vier kenners. Dat was het uitgangspunt. Jan Olbrecht wetenschapper; Yvan Sonck journalist; Brigitte Becue topsporter; Jacques Rogge IOC-bons en arts. Gazet van Antwerpen haalde dat kwartet - met elk hun specialisme - in huis om de grote thema's te behandelen. Kan sport zonder ethiek? Dreigt het geld de zuiverheid van de competitie te schaden? Hoe groot is de greep van sponsors? Wat is de rol van de media? En die van de wetenschap? Zullen we doping gewoon toelaten? En: als opwarmer, wie zijn de allergrootsten uit de eeuw die aan zijn laatste dagen toe is? Of kunnen we (nog) niet aangeven wie de legende in mag? Dat waren de vragen, drie dagen lang volgen de antwoorden.

BR>Deel 1: Een eeuw sporthelden

Morgen:Sport en economie.

Tekst: Marc Vermeiren

Foto's: Ludo Mariën

"Vlamingen willen atleten zien lijden"

ANTWERPEN -

De allergrootsten uit een eeuw vol sporthoogtepunten. Wie mag volgens ons panel de geschiedenisboeken in? De opgave was simpel, het antwoord complex. Want, zo vonden allen, hoe vergelijk je atleten uit verschillende sporttakken? En wat dan met generaties? Tussen de vele twijfels door ("Eigenlijk kan het niet") toch nog wat antwoorden en - het kan niet anders - de lijstjes met een topvijf.

Jacques Rogge:

Binnen eenzelfde generatie kan je natuurlijk wel de absolute toppers aangeven. Nurmi in de jaren twintig, Owens in de jaren dertig, Lewis de afgelopen decennia: ieder van hen was in zijn generatie de meest dominante atleet. Na Owens was er niemand in de atletiek - met misschien een uitzondering voor Zatopek - die zo heerste. Maar als je verschillende sporttakken wil vergelijken, loop je snel vast. Dat geldt ook voor periodes. Het menselijk ras als dusdanig is niet verbeterd, maar de sociale omstandigheden en de trainingstechnieken wel.

Yvan Sonck:

Je moet ook rekening houden met de verspreiding van de sporttak. Vandaar dat in vele lijstjes het wielrennen overgewaardeerd wordt. Merckx was een geweldige sportman, maar zijn uitstraling bleef beperkt tot dat handvol Europese landen dat toen iets betekende in het wielrennen. Atletiek, maar ook het zwemmen krijgen in die optiek onvoldoende erkenning. Maar goed, het blijven spelletjes, die lijstjes.

Jan Olbrecht:

Mensen houden van vergelijkingen. Bepaalde criteria gelden over de verschillende sporttakken heen. Als iemand een tijdperk domineert, is dat voor mij een belangrijk gegeven. Vandaar dat je niet om Carl Lewis heen kan, een atleet die die continuïteit vestigde in een tijdperk waar dat moeilijker was dan voorheen.

Het is ook heel emotioneel geladen. In elk land liggen die gevoeligheden anders. Björn Dählie haalde in het langlaufen op vier Olympische Spelen medailles, maar hier vraagt iedereen zich af wie die vent is. Ik schat ook Ingemar Stenmark hoog in. Hoe die elegant en beheerst slalomde terwijl de anderen moesten vechten met de poortjes.

Brigitte Becue:

Je kan er natuurlijk niet omheen dat de chrono's scherper zijn geworden, maar toch vind ik het moeilijk om zelfs binnen één sport te vergelijken. In 1988 haalden zowel Biondi als Otto zeven medailles. Wie is er nu de beste zwemmer? Bovendien is er in het zwemmen een trend naar specialisatie. Alles op één nummer.

Het is moeilijk om te oordelen over sportmensen die je nooit aan het werk gezien hebt. Vandaar dat ik opteer voor mensen van mijn generatie. Of voor absolute giganten als Merckx en Spitz. Bij mij scoort ook de turner Vitaly Scherbo hoog. Ik was behoorlijk onder de indruk van wat hij presteerde. (Scherbo, een Rus, haalde op de Spelen in 1992 zes gouden medailles)

Olbrecht:

Marketing speelt een grote rol. Strupar speelt drie keer goed en hij is de held der natie. Vergelijk dat eens met Brigitte die al zolang presteert.

Rogge:

Toch is er een zekere hiërarchie binnen een sport mogelijk. In het wielrennen Coppi en Merckx; in de atletiek Nurmi, Owens, Lewis... Maar wie kan hen rangschikken? Was Lewis beter dan Nurmi? Was Michael Jordan beter dan Magic Johnson? Wie zal er in het zwemmen over vijftig jaar nog onthouden worden? Mark Spitz wellicht en Johnny Weismuller. Niet veel anderen.

Net zoals Jan plaats ik Björn Dählie in mijn topvijf. Het langlaufen is technisch en fysiek een zeer veeleisende discipline. Ik denk ook aan Martina Navratlivo, een van de eersten die het vrouwentennis uitgedragen heeft.

In hoeverre is het atletisch vermogen een absoluut criterium? In geen enkel van jullie lijstje komt Mohammed Ali voor, nochtans een fenomenaal atleet.

Rogge:

Inderdaad, maar profboksen vind ik geen sport. Dat is een besmet spektakel waarin financiële overwegingen de competitie verknechten en geen dopingcontrole plaatsvindt. Het heeft me altijd gestoord dat de BRT aan zo'n dubieus vermaak zoveel uitzenduren besteedt.

Sonck:

Ik ben het daar helemaal mee eens.

Olbrecht:

Het is ook die context die me ervan weerhoudt Ali in mijn toptien te zetten.

Rogge:

Dat vooral zijn nadagen bevlekt zijn? Al lang voor Ali opkwam, de dagen van Jack Dempsey en Sugar Ray Robinson, werden kampen geregeld. Waarom zou het daarna anders verlopen zijn? Voor het eerste deel van Ali's loopbaan heb ik ondanks alles nog wat respect, zijn tweede periode was rampzalig.

Olbrecht:

Dat hij in vele Amerikaanse referenda hoog scoort, heeft natuurlijk ook te maken met 's mans maatschappelijke impact.

Als je alleen oordeelt op grond van atletische capaciteiten, wat doe je dan met de prestaties van iemand als Katarina Witt, waar de esthetiek een hoofdrol speelt.

Sonck:

Dat heeft ook met de volksaard te maken. Fransen hebben meer oog voor de esthetiek, in dit land moet er gewroet worden. Vlamingen zijn uit de klei groot geworden en dat weerspiegelt zich in hun oordeel over sportlui.

Rogge:

Wij hebben een voorkeur voor vechters als Karel Lismont en Briek Schotte, figuren waar het zuivere talent en de schoonheid ondergeschikt zijn aan discipline en wilskracht. De feeën van het voetbalveld wordt verweten niet hard genoeg te werken.

Sonck:

In het voetbal houd ik in mijn oordeel wel rekening met de schoonheid van de actie. Vandaar ook dat ik Cruijff zo hoog inschat. Hij koppelde snelheid en techniek aan de elegantie van het ballet. Maradona had dat buikje, al zegt het veel over zijn technisch vernuft dat hij desondanks nog kon schitteren.

Nu in het nieuws