"Petit regeerde als Hitler"

Thys, Goethals en Meeuws wijten crisis in ons voetbal aan gebrek aan personaliteiten
BR>ANTWERPEN - Het is crisis in ons voetbal, dat weten ze stilaan van hier tot in Tokio. Goethals, Thys en Meeuws beamen. Trainers, clubleiders, scheidsrechters én spelers: het voetbal is niet meer wat het is geweest. "Er zijn geen sterke personaliteiten meer", zegt Guy Thys. Goethals trekt knikkend aan zijn sigarettenpeuk, Meeuws beseft dat verweer geen zin heeft.
Thys: De clubleiders zijn het beste voorbeeld. Er heerst een crisis bij de dirigenten. Ik wil niet persoonlijk worden, maar voorzitters als Constant Vanden Stock of Roger Petit, die bestaan niet meer. Die vormden onder hun twee de technische commissie. Dat was geen gezever, zenne.
Goethals: Volledig akkoord. Petit regeerde als Hitler. Hij was het die Constant heeft buitengezet als selectieheer. Hij wou één bondscoach en dat moest Raymond Goethals worden.
Meeuws: Dat is toch logisch, Raymond? (lacht)
Thys: Weet ge dat er in de jaren vijftig vijf selectieheren waren? Gormlie was bondscoach. De vijf zeiden tegen hem: Alstublieft. Met deze ploeg moet ge het doen.
Meeuws: (Lacht) Allez, dat kunt ge u toch niet voorstellen.
"Ik herinner mij een Beerschot - Antwerp met 22 Antwerpenaars."
Guy Thys
Goethals: Ik heb ook Tapie gekend. Toen we in de heenmatch in San Siro tegen Milan 1-1 speelden, was het feest in onze kleedkamer. Ik waarschuwde: Niet te rap, jongens! Tapie draaide zich om en riep voor alle spelers: Toi, le Belge: tais-toi! Corbeau! (Jij, Belg: Zwijg! Kraai!) Ha, dat was ook geen gezever, zenne. En Claude Bez van Bordeaux, wat een vent. Wie hem durfde tegenspreken, was dood.
Thys: Ook bij de voetballers merk je een gebrek aan sterke personaliteiten. Franky Van der Elst was de laatste. De anderen - Clijsters, Broos - jij, Walter - zijn vandaag allemaal trainer. Dat zag ik destijds al. Jullie hadden dat voetbalintellect, dat charisma, de maturiteit ook.
Meeuws: De laatste twintig, dertig en zelfs veertig jaar waren er nog clubspelers die met hun personaliteit hun club groot maakten. Door het arrest-Bosman kan je niets meer opbouwen.
Thys: Clubliefde bestaat niet meer. Ik herinner mij een Beerschot - Antwerp met 22 Antwerpenaars.
Meeuws: Die speelden voor hun kleuren, niet voor de centen. Weet je hoeveel de gasten nu verdienen? Heb je al eens zo'n contract gezien, Guy?
Thys: Als je dat vergelijkt met wat wij voor onze halve finale in Mexico kregen. Dat was om mee te lachen. Ik lig daar niet wakker van, maar ik vind dat de spelers resultaatgericht moeten betaald worden. Dat is één van de principes van Eddy Wauters. Misschien is hij wel de laatste sterke voorzitter. Een voorbeeld: Wauters liet ons voetballen voor een deel van de recette. In '74 speelden we voor 48.000 betalenden tegen Ajax. Hij betaalde 87.000 frank per man uit. Het jaar erop was het minder. Tegen Wroclaw waren er maar 3.000 mensen.
"Een arbiter kon met zijn madame na een match nog niet gaan eten in een frietkot. Nu krijgt hij al iets meer geld."
Raymond Goethals
Goethals: Ook de arbiters hebben het moeilijk, Guy.
Thys: Klopt. Maar als mensen die bijna niets verdienen beslissingen moeten nemen waar miljoenen aan vasthangen, vraag je om problemen.
Goethals: Praktisch voor niks? Een arbiter kon met zijn madame nog niet gaan eten in een frietkot. Nu krijgt hij al iets meer geld.
Meeuws: Daar moet dringend iets aan gedaan worden. Ik heb trouwens de indruk dat de scheidsrechters voor de match een verkrampte indruk geven als de waarnemer bij hen binnenstapt.
Thys: De huidige generatie kampt ook met een gebrek aan persoonlijkheid. Het is niet omdat er een controleur is, dat je moet beven. Een speler moet ook het veld op terwijl de bondscoach toekijkt.
Meeuws: En de Profliga, dan? Is dat geen zottekesspel? Vooraleer die kerels tot eenzelfde standpunt komen...
Goethals: Een chance dat wij overeenkomen, hé Walter?
MEEST RECENT