"Nooit meer uit handen geven"

Onfortuinlijke William Verbeeck werkt volop aan revalidatie om steentje bij te dragen tot titel van Antwerp

BR>

DEURNE -

Antwerp FC kan dit jaar ontspannen genieten van de komende feestdagen. In de beker van België werd de Great Old vorige zaterdag weliswaar uitgeschakeld door Lierse, maar niemand die daar op de Bosuil een traan om liet. Antwerp dwong de Pallieters tot het uiterste en bewees eerste klasse waard te zijn. In de competitie stond de voorbije maanden geen maat op het stamnummer één. Antwerp veroordeelde de concurrentie tot een figurantenrol. Met William Verbeeck staan we stil bij het meesterschap van Antwerp en blikken we vooruit naar het komende jaar, dat Antwerp opnieuw bij de elite moet brengen. Voor Verbeeck zelf was dit seizoen nog maar weinig geluk weggelegd. Hij brak begin september een been maar hoopt in de terugronde nog zijn steentje te kunnen bijdragen aan de voorspelde titel van Antwerp.

De voorbereiding:

"De voorbereiding kende een onwaarschijnlijk verloop. We verloren maar één wedstrijd, thuis tegen Jeruzalem. We wonnen de Ludo Coeckbeker en de Guldensporentrofee, allemaal tegen eersteklassers. Dat de ploeg er meteen stond, was te danken aan de gerichte aankopen. Allemaal spelers die het systeem al kenden. Alleen Goots had nog niet gespeeld, maar voor een spits is dat sowieso minder belangrijk. Alles klikte meteen. Je voelde wel dat het met deze zware investeringen nu of nooit was. Dit kun je als club geen jaren volhouden of je gaat de weg van Beerschot op."

"Ondanks de perfecte voorbereiding bleef het afwachten wat het in de competitie zou worden. Want eersteklassers geven ruimte die je in tweede nooit krijgt. Maar dit jaar is er genoeg creativiteit in de ploeg om de muur te slopen die elke week wordt opgetrokken. Ik zat tijdens de voorbereiding in de vorm van mijn leven. Ik was al twee, drie maanden in grote vorm. Normaal kun je dat een maand aanhouden en dan ken je een terugval. Ik had dat nooit meegemaakt. Het had ongetwijfeld ook te maken met het niveau van de ploeg, waarin het makkelijk spelen was. Vorig seizoen moesten we vaker onze toevlucht nemen tot het vechtvoetbal van tweede klasse, terwijl we nu elke tegenstander voetballend aankunnen."

Mijn blessure

"Op de derde speeldag in Roeselare sloeg het noodlot toe. In een duel met de doelman liep ik een beenbreuk op. Dat zijn dingen die je nooit meer vergeet. Ik wist meteen dat het ernstig was. Het spookt dan door je hoofd: hoe lang ga ik niet kunnen spelen? Op het moment dat je uit het ziekenhuis komt, begint het zwaar te worden. Je wil vanalles doen, maar je mag en kan niet. Je hebt alle tijd om te kniezen. Het was ook mijn eerste zware blessure. Ik was wel eens een weekje out met een verrekking, maar dat stelde nooit iets voor. Je weet niet hoe je met deze situatie moet omgaan. Daar kwam bij dat ik een serieuze slag kreeg toen bleek dat ik voor de tweede keer moest geopereerd worden omdat de pin die in het been stak te lang was. Daardoor kon ik het been niet helemaal strekken. Gelukkig maakte ik snel kalk aan zodat ik al vrij vroeg mocht fietsen en zwemmen."

"Toch blijft zo'n revalidatie zwaar. Je staat er helemaal alleen voor en staat toch wat buiten de groep. Je mist het groepsgevoel en dat is mentaal moeilijk. Ze moesten mij in het begin meesleuren naar de wedstrijden. Het doet pijn er niet bij te zijn. Je bent blij voor de ploeg dat ze winnen, maar je wil zelf dat winnaarsgevoel meemaken en dat mis je toch wel. Het is anders dan wanneer je er zelf tussenloopt."

Het succes van de ploeg

"De ploeg zette een schitterende reeks neer tijdens de heenronde. Zelfs als we slecht spelen, is er geen vuiltje aan de lucht en winnen we. Het grootste voordeel is dat de tegenstand onregelmatig presteert en veel punten laat liggen waar je het niet verwacht. En ineens stel je vast dat je negen punten voorstaat. Er is op dit moment een ideale mix van ervaring en jongeren. Op de cruciale posities staan ervaren spelers en daarrond krijgen jongeren de kans zich te ontwikkelen. Het is een beetje zoals Lierse, hoewel zij natuurlijk meer talent hebben."

"Er stond dit seizoen ook van op de eerste speeldag een ploeg. Vorig seizoen waren we niet klaar toen de competitie begon. Het systeem was nieuw en er moesten nieuwe spelers ingepast worden. Het is nog wat voorbarig nu al over de titel te spreken maar eigenlijk mogen we dit nooit meer uit handen geven. Er moet al heel veel gebeuren om naast de titel te pakken. We weten van vorig jaar dat we voorzichtig moeten zijn, maar normaal mag het niet meer mislopen. We bewezen vorige zaterdag tegen Lierse dat we eerste klasse waard zijn. Er wordt gezegd dat Lierse verdedigend speelde, maar dat was ook onze verdienste. Wij zetten druk zodat ze wel verdedigend moèsten spelen."

De toekomst

"Mijn doel is om eind januari opnieuw fit te zijn. Met zekerheid kun je dat natuurlijk nooit zeggen. Ik maakte het met die tweede operatie al mee. Eén tegenslag en je staat twee, drie weken achter op het schema. Maar ik hoop eind januari weer matchritme te kunnen opdoen. Nu beperk ik me tot lopen. Midden januari zou ik graag met de bal beginnen om op het einde van de maand al eens met de invallers te spelen. Daarna moet ik proberen om mijn stek in de ploeg te heroveren. Dat zal moeilijk zijn als ze blijven winnen. Ik reken er niet op dat ik dit seizoen de vorm van september weer te pakken krijg. Dat zal iets voor volgend seizoen zijn. Het belangrijkste is dat de ploeg zo snel mogelijk zekerheid verwerft over de titel."

"Ik hoop dat we de titel thuis kunnen vieren. En dan liefst een match of vier, vijf voor het einde van de competitie. Tegen het tempo dat we nu bezig zijn, moet dat lukken. Het zal voor iedereen bij Antwerp een serieuze opluchting zijn als we terug in eerste klasse spelen. Het zal een bevrijding zijn voor supporters, bestuur en spelers. Want twee jaar in tweede klasse spelen en moeten omgaan met de stress van te moeten promoveren is voor niemand prettig."