"Genk is ons voorbeeld"

Print
Vanavond Genk -
BR>Germinal Beerschot
Marc Degryse
Paul Heylen:
"Hoe Degryse momenteel zijn ploeg draait, onvoorstelbaar."
Louis De Vries:
"Marc is momenteel de beste voetballer van België."

"Ik ben blij met de opmars van Germinal Beerschot."
Paul Heylen

"Ik erger me dood aan de manier waarop supporters soms behandeld worden."
Louis De Vries

Louis De Vries, directeur van Germinal Beerschot, spiegelt zich maar wat graag aan zijn Genkse collega Paul Heylen
HERENTALS - "Een voetbalclub is een bedrijf." Paul Heylen, de manager van Genk, en Louis De Vries, directeur bij Germinal Beerschot, kunnen het niet vaak genoeg herhalen. Beiden streven ze op hun eigen manier naar zoveel mogelijk professionalisme in hun club. "Want het is de enige manier om te overleven in het huidige voetbal", zegt De Vries. "Dat heeft Genk overduidelijk bewezen." Aan de vooravond van hun onderling duel ergeren Paul Heylen en Louis De Vries zich samen dood aan het schijnbaar onuitroeibare amateurisme in het Belgisch voetbal.
"Het grote verschil tussen Genk en Germinal Beerschot momenteel?" Paul Heylen hoeft er niet over na te denken. "Marc Degryse", zegt hij onmiddellijk. "Hoe die de ploeg de jongste weken draagt: dat is onvoorstelbaar. Op één of twee seizoenen na moet-ie aan zijn beste seizoen bezig zijn."
Louis De Vries hoort het zijn Genkse collega graag zeggen. "Hij heeft gelijk", glundert hij. "Marc is momenteel de beste voetballer in België. Dat lijdt geen twijfel. Maar men zou zich beter de vraag stellen waarom Marc het tegenwoordig zo goed doet? Omdat hij zich opnieuw amuseert, da's juist, en omdat hij met Franky Van der Elst een ideale coach heeft, ook juist, maar vooral omdat hij ziet dat Germinal Beerschot het meent met zijn professionele aanpak. Organisatie, planning, visie... daar gaat het in deze club om en daarin herkent een echte prof als Degryse zich. Daarom ben ik er ook van overtuigd dat Degryse langer dan één jaartje bij Germinal Beerschot zal blijven."
Gazet van Antwerpen: Organisatie en professionalisme. Is het dat wat clubs als Genk en Germinal Beerschot onderscheidt van de meeste andere eersteklassers?
Heylen: Ik ben alleszins blij met de opmars van Germinal Beerschot. Het klinkt misschien wat raar, maar in zekere zin is dit zelfs een verlichting voor Genk. De voorbije twee seizoenen moest Genk steeds voor de nodige adrenaline in het Belgisch voetbal zorgen. Genk, dat was ambiance, sfeer, sensatie. Het doet mij plezier te merken dat er nu ook in het Antwerpse zo'n club opstaat. Een club die ook duidelijk gestructureerd is en professioneel wil werken. Ik ben trouwens heel fier dat de mensen van Germinal Beerschot al twee keer zijn komen kijken naar Genk om onze werking te bestuderen. Maar wat mij vooral bevalt, is dat het ook een club is die iets teweegbrengt. Want laten wij eerlijk zijn: hoeveel clubs zijn er die op verplaatsing tweeduizend supporters bij hebben? Drie? Vier? Daarom alleen al moet een club als Germinal Beerschot gekoesterd worden.
De Vries: Ik kan hem moeilijk ongelijk geven. Anderlecht kende een toeschouwersrecord bij onze komst, Gent ook... Maar hoe komt dat? Omdat wij professioneel werken. Alleen dan is zo'n sfeer, zo'n ambiance mogelijk. Kijk, voor ons is het van cruciaal belang dat een supporter zich goed voelt als hij naar het voetbal komt. En dat is geen boutade: dat méén ik. Daarom betreur ik het nog alle dagen dat wij zoveel achterstand hebben opgelopen met ons stadion. Voorlopig kunnen we ons supporters te weinig comfort bieden. Dat moet anders. En ik zeg u eerlijk: op dat vlak is Genk ons grote voorbeeld.
Ik kan me trouwens dood ergeren als ik zie hoe supporters soms worden behandeld. Weet je dat bezoekers op bepaalde plaatsen meer moeten betalen dan eigen supporters? Da's niet alleen bijzonder onrechtvaardig, maar druist ook nog eens in tegen de afspraken van de Profliga. Een ander voorbeeld: voor onze uitwedstrijd tegen Anderlecht kregen wij alleen staanplaatsen aangeboden. Dat zou niet mogen. Vooral omdat wij veel oudere supporters hebben die geen negentig minuten lang willen rechtstaan. Wat moet je tegen zo'n mensen zeggen? Dat ze dan maar moeten thuisblijven. Zo stoot je klanten af.
Heylen: Heel juist. Waarom denk je dat Genk 17.500 abonnees heeft? Omdat wij onze supporters in de watten leggen. Wij hebben een themacafé, zorgen wekelijks voor spektakel voor de wedstrijd, ons stadion is tot de puntjes verzorgd. Soms zijn het pietluttige dingen, maar die details zorgen er wel voor een zekere klantenbinding. Laat mij een ietwat dom voorbeeld geven. Aanvankelijk was er hevig protest van onze eigen supporters tegen het feit dat wij tien frank vroegen bij elk toiletbezoek. Maar dankzij die kleine bijdrage beschikken we nu bij elke thuiswedstrijd over 35 toiletdames en zijn onze toiletten brandschoon. Nu zeurt niemand nog. (denkt na) Kijk, het is heel eenvoudig: een moderne voetbalclub is een bedrijf, onze supporters zijn onze klanten. En klanten moet je verzorgen. Punt uit.
Hoezeer is die professionele, geldverslindende organisatie afhankelijk van sportieve successen? Wat als Genk de volgende vier jaar geen enkele prijs wint?
Heylen: Daarvoor heb ik geen schrik. Ik ben er zeker van dat onze supporters ons trouw zullen blijven. Weet je, uiteindelijk wil het publiek maar één ding: amusement. Ons toeschouwers zijn meer enthousiast als ze een spektakelwedstrijd zien die op 3-3 eindigt dan een saaie match waarin Genk met een droge 1-0 wint. Neem bijvoorbeeld Genk - Club Brugge. We winnen dan wel, maar voor zo'n wedstrijden komt toch niemand naar het voetbal. Neen, spektakel moet je bieden. Je merkt dat heel duidelijk aan de populariteit van ons themacafé. Toen ik daar na onze zuinige 0-1 winst tegen Lommel, een tournée gaf, moest ik 750 frank betalen. Toen ik hetzelfde deed na onze spectaculaire 0-5 zege tegen Sint-Truiden - toch ook een derby - moest ik 7.500 frank betalen. Dan weet je het wel.
De Vries: Wie over een goede accommodatie en organisatie beschikt, zal een sportieve terugval altijd overleven. Ook al omdat steeds meer inkomsten niet langer rechtstreeks met het sportieve te maken zullen hebben. Andere geldbronnen - merchandising, horeca - zullen een almaar groter deel van het clubbudget uitmaken.
Heylen: Nu al is 30 procent van het Genkse jaarbudget daaraan te danken.
De Vries: Zie je wel.

.

Nu in het nieuws