Ferrari versus McLaren

De strijd om het meest gevulde palmares

Marc Cornelissen

BR>

ANTWERPEN -

De Suzuka International Racing Course, zondagmorgen, vijf uur Belgische tijd: Eddie Irvine versus Mika Hakkinen, de beslissende manche om het WK Formule 1. In de schaduw van dat ultieme gevecht: Ferrari versus McLaren, de strijd om de titel bij de constructeurs. Italiaanse flair tegenover Brits-Duitse stijfheid, hectische uitbundigheid tegenover klinische efficiëntie. Twee verschillende culturen, maar twee even benijdenswaardige palmaressen. Wie zondag wint, mag zich het succesvolste team in de F1-geschiedenis noemen. Een vergelijking.

Ferrari

is hét droommerk. In jongenskamers hangen Porsches en Lamborghini's, Lotussen en Maserati's, maar bovenal Ferrari's. Geen enkel team heeft zoveel fans, in elk land ter wereld, op elk circuit waar

La Scuderia

zich begeeft. Zonder Ferrari geen F1, pleegt Bernie Ecclestone te zeggen. Het team holt dan wel al twintig jaar achter de wereldtitel aan (Jody Scheckter in 1979), de tifosi bleven altijd trouw.

Ferrari was er al bij toen in 1950 het eerste moderne F1-kampioenschap werd georganiseerd. Geen enkel ander team uit die periode kon overleven. Vandaag gedijt het geesteskind van Enzo Ferrari in een sfeer van traditie en charisma. De woelige interne politiek wordt op de voet gevolgd door de Italiaanse pers, die elke dag nieuwe roddels fabriceert. De laatste 20 jaar bleven de grote successen uit. Peugeot-man Jean Todt werd binnengehaald als redder. De kleine Fransman had recordbedragen over om Michael Schumacher aan te trekken. Ironisch genoeg is het knechtje Eddie Irvine die zondag de ban kan breken.

McLaren

dankt net als Ferrari zijn naam aan zijn stichter, de Nieuw-Zeelander Bruce McLaren. In 1963 startte die

Bruce McLaren Motor Racing Ltd

; drie jaar later had hij zijn eerste F1-wagen klaar. McLaren zelf won de GP van België in 1968. Het was het eerste F1-succes voor het team en het enige voor Bruce, die twee jaar later om het leven kwam tijdens tests in Goodwood.

Zijn goede vriend Teddy Mayer nam de leiding over en met Denny Hulme en Peter Revson bleven de successen niet uit. Emerson Fittipaldi tekende voor de eerste wereldtitel in 1974. Dat jaar startte ook een unieke samenwerking met Marlboro, die stand hield tot 1997. Met Marlboro verdween het oranje, dat eigenlijk de huiskleur is.

In 1980, na een paar magere jaren, fuseerde McLaren met Project Four, dat onder leiding van Ron Dennis stond. Dennis leidde de heropleving met piloten als Watson, Lauda, Prost en Senna. De laatste twee tekenden voor hét gloriejaar van het team: in 1988 wonnen ze 15 van de 16 WK-manches, aangedreven door superieure Honda-motoren.

Ferrari

werd jarenlang met sterke hand geleid door de charismatische stichter Enzo Ferrari. Door de jaren kwamen team en merk in handen van de Fiat-groep, die gecontroleerd wordt door de aristocratische familie Agnelli. De link is af en toe duidelijk zichtbaar: Gianni Agnelli komt geregeld naar de races, het Fiat-logo prijkt op de Ferrari's en topvedette Michael Schumacher wordt ingeschakeld voor reclame-campagnes voor Fiat.

McLaren

kwam in de loop van dit seizoen voor 40 procent in handen van motorenleverancier Mercedes, dat daar 16 miljard voor veil had. 30 procent is in handen van Ron Dennis. De overige 30 procent zijn van de Arabier Mansour Ojjek, die in 1985 zijn intrede deed met TAG. TAG McLaren Holdings is nu 40 miljard waard en overkoepelt het F1-team McLaren International, TAG McLaren Marketing Services, McLaren Cars (met de spectaculaire GT), TAG Electronic Systems en TAG McLaren Audio (exclusieve hifi-installaties).

Ferrari

wordt geleid door Luca Cordero di Montezemolo, het adellijke neefje van Fiat-baas Agnelli. Di Montezemolo is een

straffe

kerel. Toen de oude

Commendatore

Enzo Ferrari de energie niet meer had om op te boksen tegen al de intriges die onlosmakelijk met La Scuderia verbonden zijn, benoemde hij Luca tot teamchef. 25 jaar was hij, maar hij gaf het team eindelijk nog eens successen. Di Montezemolo was tussendoor p.r.-chef van Fiat en organisatiehoofd van het WK voetbal in 1990, maar draagt sinds '91 de titel van president en managing-director. Opnieuw is zijn taak Ferrari naar winst te voeren. Daarom trok hij in 1993 Jean Todt aan als sportdirecteur. De Fransman heeft de dagelijkse leiding in handen.

McLaren

International, de huidige F1-stal, ontstond in 1980, toen Team McLaren samenging met het Project Four van Ron Dennis. Project Four had al kampioenschappen gewonnen in Formule 2 en Formule 3, maar mikte hoger. McLaren was de ideale springplank en Dennis, voormalig mecanicien maar vaak de intelligenste man in de paddock genoemd, bereikte succes én onmetelijke rijkdom. De voorbije jaren had hij de touwtjes stevig in handen en kwam hij het verlies van Marlboro en Honda te boven door deals met West en Mercedes. Dat laatste kocht zich dit jaar in, zodat het afwachten wordt of Dennis de zaak alleen onder controle houdt. Wellicht is in de toekomst een grotere rol weggelegd voor Norbert Haug, een voormalig journalist die het tot sportbaas bij Mercedes schopte.

Ferrari

haalde bij Benetton niet alleen Michael Schumacher weg. Op aandringen van de Duitser kwamen later ook Rory Byrne en Ross Brawn over. Byrne is de hoofdontwerper, Brawn vooral de meester-tacticus: de man die Schumacher al zo vaak op het gepaste moment binnenriep voor nieuwe banden en die hem op het cruciale moment een paar superrondjes doet draaien. Het trio Todt-Byrne-Brawn staat als één man achter Schumacher, maar lijkt nu alle mogelijk steun te geven aan Eddie Irvine. Naar verluidt pas na aanmaningen van Luca di Montezemolo.

McLaren.

De F1 is de laatste jaren een strijd tussen Schumi en Newey, een duel tussen de beste rijder en de beste ontwerper. De Britse aërodynamica-specialist schudde de beste bolides van de jaren '90 uit zijn tekenpen: eerst de Williams van Hill en Villeneuve, nu de McLaren van Hakkinen. De stroomlijn van de McLaren is dé norm in de F1 en Newey's ideeën zijn met een jaar vertraging steevast terug te vinden bij andere teams. Dezelfde Newey ontdekte dat er iets niet pluis was met de windgeleiders van Ferrari, wat twee weken geleden tot een schandaal leidde. Amper een handvol toppiloten verdient meer dan

de tovenaar

van McLaren.

Ferrari.

Niemand in de F1 strooit graag cijfers in het rond, maar vast staat dat Ferrari het grootste budget heeft van alle teams. Zeven miljard per jaar, wordt gezegd, maar daarbij mag je niet vergeten dat

La Scuderia

alles zelf bouwt: chassis én motor. Ook Michael Schumacher is een grote uitgavenpost met zijn jaarsalaris van anderhalf miljard. Ferrari was aanvankelijk gehuisvest in Modena, maar bouwde later een oorlogsfabriek in Maranello, waar nu de fabrieken gevestigd zijn. In Fiorano heeft het een eigen testbaan.

McLaren

doet het heel wat zuiniger dan zijn grote rivaal Ferrari. Het betaalt minder aan zijn rijders en heeft een grote steun aan Mercedes. Dankzij het Duitse merk bespaart McLaren veel aan ontwikkeling en bouw van motoren. Zelf heeft het team 325 mensen aan de slag in de fabrieken in Woking, niet ver van het

thuiscircuit

in Silverstone. McLaren heeft grote plannen voor een gloednieuwe fabriek.

Nu in het nieuws