Wegvervoer blijft favoriet ondanks aanzwellende files

Twee bedrijven op de drie in Vlaanderen ondervinden geregeld hinder van files. Toch blijven zij massaal opteren voor het wegvervoer. Kwaliteiten als prijs, snelheid, flexibiliteit en betrouwbaarheid maken de vrachtwagen zo geliefd. Voor spoor of binnenvaart geldt nog steeds de oude waarheid 'onbekend maakt onbemind'.

Koen Lambrecht

BR>De resultaten van een enquête onder 500 Vlaamse bedrijven die gezamenlijk werd uitgevoerd door het Vlaams Economisch Verbond en het Centrum voor Industrieel Beleid van de KULeuven, zijn niet echt verrassend. Dat het verkeer op onze wegen blijft groeien, is algemeen duidelijk. Dat is zowel een gevolg van het stijgend aantal wegreuzen als van het toenemend autoverkeer.

Nu al loopt 90% van het personenverkeer en 75% van het goederenvervoer in ons land over de weg. Tegen 2015 zouden de twee stromen met respectievelijk 35% en 50% aanzwellen. Daarmee stevenen wij onmiskenbaar op een verkeersinfarct af: de onophoudelijke file dus, de anti-mobiliteit.

Als wij die toestand willen verhinderen, zullen wij ook de alternatieve modi moeten inschakelen. Het spoor en de binnenvaart in de eerste plaats, maar tevens het zogenaamd intermodaal vervoer. Het gaat daarbij om een combinatie van verschillende modi: vrachtwagens die de trein op gaan of containers die een (groot) deel van het traject per schip afleggen.

Om deze alternatieven te promoten worden aanzienlijke inspanningen geleverd. Ook de liberalisering van binnenvaart (die goed opschiet) en spoor (waar nog veel werk voor de boeg is) kan een belangrijke stimulans betekenen.

Hinder

Maar wat blijkt? De files ten spijt blijft het wegvervoer voor de bedrijven de grote favoriet. 63% van de ondervraagden in de VEV-CIB-enquête zegt al hinder te ondervinden van vertraagd verkeer. Maar dat de files hen een meerkost van zo'n 10% op hun transportkosten opleveren, weegt voorlopig niet op tegen de grote troeven van de vrachtwagen.

Transport moet voor een bedrijf goedkoop zijn, snel, betrouwbaar en flexibel. Dat zijn precies punten waarop het wegvervoer goed scoort.

Driekwart van de bedrijven heeft trouwens, om redenen van locatie en infrastructuur, geen andere keuze dan per vrachtwagen te vervoeren.

Al is dat natuurlijk relatief. Wie grote volumes produceert of verhandelt, zal er wel voor zorgen naast een waterweg te zijn gelegen of toch op zijn minst over een spooraansluiting te beschikken.

De spoor en binnenvaart nog vaak uit de boot vallen, heeft nochtans ook met een stuk onbekendheid te maken. Gebruikers van deze modi uiten zich veel positiever dan niet-gebruikers. Er is zeker nog werk aan de winkel om het imago van trein en binnenschip op te poetsen. Daarbij kunnen sterke punten als veiligheid en een positief maatschappelijk imago worden uitgespeeld.

Boodschap

Wat is nu de boodschap uit al deze vaststellingen naar de overheid toe? Dat er verder in de wegeninfrastructuur moet worden geïnvesteerd. Niet in nieuwe wegen, maar in het opvullen van ontbrekende schakels, in beter onderhoud en een optimaal gebruik. Telematica kan daarbij een belangrijke rol spelen.

Tegelijk moeten de alternatieve modi verder gepromoot worden. Spoor, binnenvaart en intermodaal vervoer kunnen vooral in bepaalde niches gunstig presteren. Momenteel worden lang niet alle mogelijkheden uitgebuit.

Ook inzake ruimtelijke ordening zijn ingrepen mogelijk. Zo kan de vestiging van industriezones langsheen waterwegen en spoorwegen bevorderd worden.

Stevaert gelooft niet in rekeningrijden

"Bij het invullen van de

missing links

in het wegennet moeten wij ons beperken tot deze die opgenomen zijn in het Ruimtelijk Structuurplan Vlaanderen. Alleen die te financieren is al een gigantische uitdaging." Dat zei Steve Stevaert, Vlaamse minister van Mobiliteit, Openbare Werken en Energie, in een reactie op de VEV-CIB-studie.

Voor de financiering van openbare werken ziet Stevaert veel heil in publiek-private samenwerking, kortweg PPS genoemd . "PPS is een magisch woord dat ons veel kansen biedt. Wij investeren te weinig in infrastructuur in vergelijking met de ons omringende regio's. De inhaalbeweging op begrotingsvlak die is ingezet, zal niet volstaan."

Maar rekeningrijden, waarbij de weggebruiker gaat betalen om op een bepaalde weg te rijden (in functie van de afgelegde afstand en het tijdstip), ziet hij niet zitten. "Zeker niet in Vlaanderen, want wij hebben geen hiërarchie der wegen. Het verkeer zou zich alleen gaan spreiden over niet betalende wegen."

"En bovendien: wie gaat dat betalen? De werkgever of de werknemer? Als je de werkgever laat opdraaien, creëer je concurrentievervalsing. En als je de werknemers laat betalen, schep je een nieuwe vorm van werkloosheidsval. Wat doe je bij voorbeeld met de vele Limburgers die geen werk vinden in eigen streek?"

Nu in het nieuws