Medisch-wetenschappelijk onderzoek in Vlaanderen doet het goed

Vlaanderen doet het op het vlak van het medisch-wetenschappelijk onderzoek niet zo slecht. Toch is er nog een belangrijke inhaalbeweging nodig. De middelen zijn veeleer bescheiden, maar de prestaties behoorlijk. Hoe lang kun je zoiets vasthouden? Het nog jonge Verbond van Vlaamse Medisch-wetenschappelijke Verenigingen (VVMV) hield daarover zopas in Brussel een symposium. Er werden niet te veel alarmkreten geslaakt, maar hoerageroep was er evenmin. De overheidsfinanciering ligt nog steeds aan de lage kant. Dankzij de Vlaamse regering is er wel een inhaalbeweging bezig, maar de achterstand op het Europese gemiddelde blijft groot. Het Vlaamse beslissingsniveau is al bij al een zegen.

Roger Van Houtte

BR>Toch betreurt de VVMV dat de bevoegdheid over het wetenschappelijk onderzoek in de nieuwe Vlaamse bewindsploeg niet aan één minister is toegewezen, maar verspreid werd over diverse kabinetten. Professor Roger Bouillon, diensthoofd endocrinologie en directeur van de dienst onderzoekscoördinatie van de KULeuven, vergeleek het aantal wetenschappelijke publicaties van zes Nederlandse universiteiten met die van zijn eigen universiteit. Daaruit blijkt dat we in Vlaanderen meer publiceren dan het Europees gemiddelde. Daarenboven worden de Vlaamse bijdragen goed geciteerd in de belangrijkste wetenschappelijke tijdschriften.

"We zijn arm maar productief", concludeert hij. "Maar dat mag natuurlijk geen betoog zijn voor armoede." Om het Europees gemiddelde te halen, moeten de overheden zeker vijf jaar lang telkens 2 miljard frank extra uitgeven voor onderzoek en ontwikkeling.

Bouillon had ook aanbevelingen. Zo moet de omkadering verbeteren. Wetenschappelijk personeel aan de universiteiten werkt nu zestig tot zeventig uur per week, en dat is te veel. De druk neemt nog steeds toe. Vooral de vaste staf zou groter moeten worden. Dat gaat dus geld kosten. Professor Bouillon beveelt ook aan, de assistenten in opleiding meer te betrekken bij het preklinisch onderzoek en de doctoraten te valoriseren. In de universitaire ziekenhuizen moet er dringend wat gebeuren. Professor Marc De Broe (UIA) waarschuwt voor een toekomst waarin de wetenschappelijke onderzoeker tot een uitstervend ras behoort. Het Antwerps universitair ziekenhuis heeft een budget van 5,8 miljard frank, maar voor het klinisch wetenschappelijk onderzoek is het bedrag in feite nul frank. Professor De Broe vreest een verdere teloorgang van het onderzoek, onder meer door de numerus clausus in de geneeskunde die niet alleen minder studenten, maar ook minder onderzoekers zal leveren.

Bovendien is de druk op de verzorgende taken zo groot - ook door de grotere mondigheid van de patiënt - dat er geen tijd en ruimte voor onderzoek meer overblijven. De huidige arts heeft in zijn opleiding veel kennis opgedaan, weet iets van de medische literatuur, maar heeft geen ervaring in wetenschappelijk onderzoek. Er bestaan ook nog typisch Belgische scheeftrekkingen. Jaarlijks gaat 3 tot 4 miljard frank van Ontwikkelingssamenwerking naar de universiteiten. Twee derde daarvan is telkens bestemd voor de Franstalige universiteiten. Een historisch onrecht, zoals professor Roger Bouillon dat verschijnsel noemt.

Die scheeftrekking komt er door de subsidiëring van de buitenlandse studenten, die vooral aan de Franstalige universiteiten studeren. Dat zou nog te verantwoorden zijn als die studenten behoorden tot de intellectuele elite van een ontwikkelingsland. Maar dat is niet het geval. Ze behoren wel tot de 'financiële elite'. De eis is daarom duidelijk: een eigen Vlaams budget en beleid voor de universitaire ontwikkelingssamenwerking. Wat we zelf doen, doen we beslist ook beter.

Nu in het nieuws