Nog altijd geen gebrek aan geld

ANTWERPEN -

Het is natuurlijk niet hun schuld, maar ook tijdens het komende crossseizoen zijn Vlaamse en Nederlandse veldrijders eenogige koningen in een land van blinden. Alleen in de Lage Landen, en dan nog vooral aan deze kant van de grens, blijft deze winterse tak van de wielersport een volksvermaak van de eerste orde. Het publiek loopt storm, organisatoren verdringen zich voor een goed plaatsje op de overvolle kalender, renners spinnen er goed garen bij. Want iedereen wil de besten op zijn affiche en daar laten die atleten zich dik voor betalen. Niet onlogische ook, tenslotte rijden twee Vlamingen, Mario De Clercq en Bart Wellens, met een regenboogtrui om de schouders.

A.P.

BR>Terwijl het veldrijden in Spanje en Duitsland zowat onbestaande is en Zwitserland zelfs de klassieker van Eschenbach door geldgebrek niet meer op de kalender kan plaatsen, spiegelen zich bij ons steeds meer jongeren aan de voorbeelden die De Clercq, Nijs en Wellens heten. Een uitzonderlijk begaafde jongeman als Sven Van Thourenhout (zilver op het juniores-WK in Poprad) bedankte zelfs voor een selectie in Carlo Bomans' wegploeg voor Verona om zich 100 procent op het crossen te kunnen concentreren. Want ook zo'n jongen van 18 vangt in dit land al elke week zijn startpremies.

Veel draait in het veldrijden dan ook om geld. Maar daaraan is alsnog duidelijk geen gebrek. De Wereldbeker - dit jaar in Kalmthout - blijft aantrekkelijk. De Superprestige trekt het budget op met één miljoen frank. Dat ook de Trofee Gazet van Antwerpen sinds meer dan een decennium overleeft in dit landschap is even verbazend als verheugend. Want daardoor blijven ook de Antwerpse organisatoren, aan wie de opbloei van het veldrijden in dit land in grote mate te danken is, de nodige aandacht krijgen voor hun wedstrijden.

Nu in het nieuws