"Belgen spelen overal weer mee"

Johan Bruyneel over oorzaak en gevolg van vaderlandse hoogconjunctuur

Guy Vermeiren

BR>

CALPE -

Schraalhans is niet langer keukenmeester in de coulissen van de Belgische wielersport. Vier klassiekers op zak, Wereldbekerwinst, een roedel jonge wolven dat wacht om de

gevestigde waarden

naar de kuiten te happen, de televisie die voluit op de kar springt: de zeven magere jaren lijken achter de rug. Johan Bruyneel stelt één en ander vergenoegd vast. "De Belgen waren in 1999 alomtegenwoordig. Lang geleden, en hoopgevend voor de toekomst."

Johan Bruyneel mag dan al in Spanje wonen en als ploegleider van het Amerikaanse US Postal slechts in de omkadering van het team op Belgen stoten, toch blijft de vaderlandse wielersport de West-Vlaming ter harte gaan. "Net daarom ben ik blij dat de Belgen in 1999 nadrukkelijk meespeelden in de internationale topconfrontaties. Meer zelfs, het zit er, voor het eerst in tijden, zelfs dik in dat die opgaande lijn tijdens de volgende jaren wordt doorgetrokken."

Gazet van Antwerpen: Op Vandenbroucke na zijn de Belgen die een klassieker wonnen van het rijpere slag. Staat de opvolging klaar?

Johan Bruyneel:

Van de Wouwer, Aerts en Verheyen bewezen in 1999 dat ze wat in hun mars hebben. VdB staat straks heus niet alleen aan de top. Achter dat vijftal zijn er nog jongeren die bewezen dat ze behoorlijk tot goed bezig zijn. Vermaut (volgend jaar niet toevallig bij US Postal, nvdr) mag de exponent van die nieuwe generatie heten.

"Eindelijk heeft iedereen door dat je in kermiskoersen niks leert."

Johan Bruyneel

Ook de Belgische beloften deden het best in Verona.

Bruyneel:

Drie Belgen in de topvijftien van het beloften-WK. Cijfers die niet liegen op een parcours dat behoorlijk zwaar was. De kloof tussen de beste Belgische jongeren en het buitenland is behoorlijk versmald. Een gevolg van een meer doordachte jeugdpolitiek. Eindelijk heeft iedereen door dat je in de kermiskoersen niks leert, dat je pas renner wordt als je internationaal contact opzoekt.

Hoogconjunctuur in de klassiekers, maar in het grote rondewerk blijven Belgen klassementsgewijs weinig meer dan een figuranten.

Bruyneel:

Van de Wouwer deed het niet slecht in de Tour, voor de rest valt alleen het falen van Merckx op. Als Vandenbroucke zich ooit intensief met rittenwedstrijden zal bezighouden verandert dat misschien, maar voorlopig zal België het toch van die twee renners moeten hebben. Ronderenners zijn in dit land altijd éénlingen geweest. Merckx, Van Impe, nadien Criquielion: de jongens die tijdens de jongste drie decennia in het zware werk uitblonken moesten zelden of nooit tegen landgenoten aan de slag, kijk maar na.

"Elk land dat zichzelf respecteert heeft een eigen rittenkoers."

Johan Bruyneel

Van Petegem, Vandenbroucke en Wauters wonnen een klassieker in het shirt van een buitenlands team. De trui van een Belgische sponsor werd alleen getoond toen Tchmil in Milaan - Sanremo zegevierde.

Bruyneel:

Vreemd dat er geen sponsors worden gevonden om een tweede Belgisch topteam op te richten. Ook niet onbelangrijk is de afwezigheid van een Ronde van België op de kalender. Elk land dat zichzelf respecteert heeft een eigen rittenkoers, zelfs Duitsland heeft een eigen

Rundfahrt

. Een tweede ploeg wekt rivaliteit én publieke belangstelling in de hand. Een eigen rittenkoers doet dat ook.

De VRT zendt in 2000 negentig wedstrijddagen rechtstreeks uit. Een goeie zaak?

Bruyneel:

Waar denk je dat de heropleving van het Spaanse wielrennen vandaan komt? Elke wedstrijd van ook maar een beetje belang komt hier rechtstreeks op de buis, geen enkele Spaanse ploeg zit dus om een shirtsponsor verlegen. Volgend jaar daagt dat besef hopelijk ook bij een stel Belgische bedrijven. Iedereen in dit vak is afhankelijk van reclame, de belangstelling van de televisie is een godsgeschenk.

VdB, Dierckxsens, Pantani: het wielrennen bleef in 1999 weer niet gespaard van schandalen. Was dit dan toch niet het 'jaar nul'?

Bruyneel:

Een paar mensen zijn er na de Tour van 1998 blijkbaar niet in geslaagd om de knop om te draaien, maar toch heb ik de indruk dat 1999

cleaner

was dan de voorgaande jaren. Er is een mentaliteitsverandering aan de gang. Als dat besef doordringt tot in de jeugdcategorieën, zie ik de evolutie op lange termijn best zitten.

Zijn Ullrich en Vandenbroucke de vaandeldragers tijdens de eerste jaren van het komende decennium?

Bruyneel:

Ze hebben leeftijd én supertalent mee. Ullrich en VdB krijgen allicht nog een paar jaar af te rekenen met Pantani, Zülle, Olano, Jalabert en Armstrong, maar als die generatie afzwaait hebben ze het rijk wellicht onder hun beidjes

Nog één ding over Frank Vandenbroucke. Zou je hem graag bij US Postal hebben?

Bruyneel:

Je bent vóór of je bent tegen Frank. Wielrennen heeft

superstars

nodig. Vandenbroucke is er eentje van dat dungezaaide slag. Dat ik nog niet op je vraag heb geantwoord? OK, ik zou graag met Frank werken. Als ik een paar jaar ervaring extra heb en als ploegleider wat steviger in mijn schoenen sta. (

Lacht.

)

Nu in het nieuws