Museum voor Schone Kunsten presenteert overzicht 144 kunstenaressen

Print
Wie kan er vijf belangrijke Vlaamse kunstenaressen opsommen uit het verleden? Niemand, behalve professor Katlijne Van Der Stighelen en conservator Mirjam Westen die in het Museum voor Schone kunsten van Antwerpen 144 kunstenaressen hebben verzameld. Een interessante krachttoer die ongewild duidelijk maakt waarom die vrouwen hun afspraak met de geschiedenis hebben gemist.
BR>De eerste zaal van de expositie Elck zijn waerom - de spreuk werd ontleend aan de zeventiende-eeuwse schrijfster Maria Tesselschade Roemersdochter Visscher - is magnifiek. Ze vat de hele expositie samen. We kijken naar zelfportretten van de belangrijkste vrouwen uit 450 jaar Vlaamse en Nederlandse kunstgeschiedenis. Van de middeleeuwse Catharina van Hemessen (1528-1581) tot Rachel Baes (1912-1983). Een pantheon van strenge, stuurse gezichten die je hardvochtig aankijken. Een overzicht tegelijk van 450 jaar kunstgeschiedenis, van barok over realisme tot surrealisme.
De zaal bevat goed geschilderde werken, vakkundig, maar geen meesterwerken. Niets van de diepte van een zelfportret van Rembrandt of de ontreddering van een Van Gogh. Niets van de ambigue finesse van Antoon van Dyck of de verzonken stilte van een Spilliaert. De meeste indruk maken nog Judith Leister (1609-1660), die lachend en zelfzeker naar ons knipoogt, en Charley Toorop (1891-1955) met genadeloze blik. Niet toevallig de twee die in de grootste musea worden bewaard.

Mannelijk


Maar misschien bekijken we deze tentoonstelling met te mannelijke ogen? Daar geeft ze alle reden toe. De genres die de vrouwen beoefenden zijn de gangbare mannelijke disciplines: veel portretten, stillevens, huiselijke taferelen. Het meest lachwekkend vanuit het hedendaagse standpunt blijkt Henriëtte Ronner-Knip, gespecialiseerd in het weergeven van stoeiende katjes. Nu totaal vergeten, behoorde zij tot de beter betaalde kunstenaars van de negentiende eeuw.

Leopold II


Gelukkig schilderden er ook stoutmoedigere vrouwen. Cécile Douard (1866-1941) bijvoorbeeld. Deze dochter van een theaterregisseur en een pianiste penseelde de ellende in de Borinage. De socialistische Marie de Roode-Heijermans werd in 1897 eventjes beroemd toen haar doek Het slachtoffer van de ellende op de Wereldtentoonstelling voor de ogen van Leopold II verwijderd werd. Het schokkende prostitutietafereel met een naakt meisje en een heer van stand die zijn kledij fatsoeneert, veroorzaakte in 1929, toen het werd aangekocht door het Stedelijk Museum van Amsterdam opnieuw een politieke rel.
Toch maakten ook deze gedurfdere doeken geen geschiedenis. Steeds herken je immers mannelijke voorbeelden. Constant Meunier voor Cécile Douard, Edward Munch voor Marie de Roode-Heijermans. De voorbeeldenlijst wordt eindeloos: Frans Hals inspireerde Judith Leister, Théo van Rysselbergh Anna Boch, Emile Claus Jenny Montigny, René Magritte Jane Graverol. De meeste kunstenaressen waren overigens de dochter of de vrouw van een kunstschilder.
Het is jammer dat de tentoonstelling ophoudt in 1950 omdat dan pas de vrouwelijke emancipatie doordringt tot de schilderkunst. Tegenwoordig hebben meisjes het overwicht in academies. Marie-Jo Lafontaine en Marlene Dumas behoren tot de best betaalde en internationaal hoogst gewaardeerde kunstenaars van de Nederlanden.
Misschien moet er over vijfhonderd jaar wel een tentoonstelling worden gemaakt over vergeten mannen in de kunstgeschiedenis van 2050 tot 2500?
Elck zijn waerom, 450 jaar vrouwelijke kunstenaars in België en Nederland, tot 16 januari, 10-17u (wo 10-21u), ma gesloten, in KMSKA, Leopold De Waelplaats, Antwerpen, 03/238.78.09. Catalogus: 1.200 frank

Nu in het nieuws