"Die trui is een zegen"

Titelverdediger Oscar Camenzind beschouwt voorbije jaar vooral als sprookje

Van onze redacteur Noël Truyers in Madrid

BR>

MADRID -

Wereldkampioen Oscar Camenzind wil zijn stunt van vorig jaar in Valkenburg zondag overdoen. "De regenboogtrui zal ik die ochtend zeker nog een paar keer bekijken, en daarna vlieg ik erin", zegt de 28-jarige Zwitser. "Neen, op de trui rust geen vloek. Daar is het sprookje waarin je als wereldkampioen meespeelt te mooi voor. Die trui is een zegen. Alleen zorgt ze voor heel wat stress."

Camenzind kickt op het wereldkampioen zijn. Renners zijn allemaal een beetje ijdel, hij ook. Vandaar zijn schoenen en kousen met regenboogbandje. Vandaar zijn speciale handschoenen en aparte valhelm. Maar kapsones heeft hij er toch niet aan overgehouden. "Ik heb veel geleerd. In een half jaar tijd meer dan in de drie profjaren die al achter de rug waren. Ik ben wel nog de Oscar van vroeger. Ik woon in Steinen, een dorp van 2.000 zielen. Voor iedereen ben ik nog altijd wie ik was: een kerel die koerst, maar destijds achter het loket zat van het postkantoor. Het kereltje dat zo goed kon skiën. Ik was twaalf toen ze zeiden dat ik talent had om de top te halen in de slalom. Toch wilde ik gaan fietsen. Niemand begreep er iets van.."

Hoe blikt Camenzind terug op zijn jaar als wereldkampioen? "Ik zou het toch anders aanpakken als het te herdoen was. Tijdens de winter had ik nochtans geen fouten gemaakt. Ik was gewaarschuwd dat ik het rustig aan moest doen. Dat lukte ook. Ik had zelfs tijd om met mijn kameraden en mijn vriendin al eens een pintje te gaan pakken. Zoals vroeger."

"Ik had nooit naar Australië mogen gaan."

Oscar Camenzind

Toen trok Camenzind naar Australië, om de Tour Down Under te rijden.

"Dat had ik nooit mogen doen. Ik was geradbraakt toen ik thuis kwam. We waren te veel uren onderweg geweest, mijn lichaam lag overhoop, ik was uit mijn ritme en daar heb ik in het voorjaar de nasleep van ondervonden. Toen ik thuiskwam, was het bovendien rotweer. Het sneeuwde constant, zodat ik te vaak op de rollen moest fietsen. Je zweet dan, je houdt je gewicht op peil, - ik ben ook veel gaan langlaufen - maar het echte afzien mankeerde. Je denkt dat het goed gaat, tot je onderuitgaat."

"Let wel, als wereldkampioen is het ook genieten geblazen. Je bent trots op de trui waarin je rijdt." Camenzind graait in de verhalentrommel. Over die ene keer toen hij ging trainen en er een politiewagen stopte. "Ergens langs het strand van Rimini. Ik in mijn eentje op mijn fiets, de agenten met een file van een half uur achter zich aan, maar ze remden toch. Of ik een handtekening wilde zetten? Daarna deden ze een babbel van een kwartier, om vijf minuten later een laatste keer te stoppen om te vragen of ze op de foto mochten met mij

(lacht)

."

Een straat in Steinen heeft Camenzind nog niet, maar toch is zijn naam voorgoed gevestigd. "De eerste Zwitserse wereldkampioen was Knecht, geloof ik. Maar die ken ik niet. Dan kwam Ferdi Kübler en die kom ik nog regelmatig tegen. Hij is tachtig intussen, heel vitaal, maar een

grompot

. Ferdi is altijd over vroeger bezig, toen het zoveel langer, lastiger en harder was. Maar dan zeg ik dat wij ook afzien, dat wij koersen tegen 200 concurrenten en hij destijds tegen 49." Camenzind glimlacht, hij relativeert de dingen. "Eerst was ik in Steinen postbode. Aanvankelijk op de fiets, later met de brommer. Dan werd ik bediende op de post, dat liet me toe meer te trainen. Dan concentreerde ik me als goede boerenzoon volledig op de fiets, maar altijd was het vechten om er te geraken. En dat is nog zo."

Nu in het nieuws