Begin van het einde

NEVELE -

Voor Rudy Dhaenens zaliger was de onverwachte wereldtitel van 1990 in Japan eigenlijk een catastrofe. Zijn overwinning was nochtans knap, de kers op de taart na een mooi seizoen. Achteraf gleed hij de dieperik in. Eerst kreeg hij de miljoenen nog rond de oren geslingerd. Zo verbrak hij zijn contract bij PDM om naar Panasonic over te stappen. Dan ging het verkeerd.

N.T.

BR>"Om diverse redenen", zei Rudy een paar maanden voor hij de morgen van de Ronde van Vlaanderen van 1998 verongelukte. "Een vloek bestaat niet, maar het zijn je ambitie en je eergevoel die het verprutsen. Voor mij kwam daarbij dat mijn wereldtitel me plots geld deed verdienen. Ik moest het ijzer smeden terwijl het heet was. Toen werd ik ziek en dat mocht eigenlijk niet gebeuren. Van die dag af ben ik mijn lichaam beginnen uitpersen als een citroen. Ik ben te ver gegaan, met de hartproblemen tot gevolg die me uit het peloton haalden."

"Plots heb je tien lieven"

GISTEL -

De meest nuchtere wereldkampioen van de laatste jaren was Johan Museeuw. Met een vloek of een ander mytisch verhaal moet je bij hem niet afkomen om mindere resultaten te verklaren. "Ik won het jaar nadien acht koersen, maar geen enkele klassieker. Ik had natuurlijk ook meer verwacht. De hele winter had ik daarvoor thuis mijn regenboogtrui ingekaderd tegen de muur hangen. Ik was fier, ik wilde gemotiveerd blijven om ze waard te zijn, maar dat viel tegen. Niet door een vloek, maar omdat ik de brute pech had bij een val in een badkuip mijn knie te kwetsen."

Tegen pech kan je niets ondernemen, tegen andere dingen wel. "Een wereldkampioen moet uitkijken. De wereld waarin je plots belandt, ken je immers niet. Van de ene dag op de andere beginnen de roddels. Plots ben je gescheiden, heb je tien lieven. Heb je een pint bier uit, dan heb je er natuurlijk twintig gedronken. Constant ontvang je invitaties, maar wie stevig in zijn schoenen staat overleeft alles."

"Er rust geen vloek op"

MONZA -

Sinds Rik Van Looy in 1960 en 1961 slaagde alleen Gianni Bugno erin nog eens twee jaar op rij de wereldtitel te veroveren. De slanke Italiaan klaarde het klusje in 1991 en 92, maar noch de eerste keer noch de tweede maal kon hij met zijn regenboogtrui imponeren.

"Op die trui rust echt geen vloek. Integendeel, het is het wonder van mijn sportloopbaan. Mijn twee titels zijn de pijlers van mijn carrière. Men zal er mij altijd om herinneren, maar het liep achteraf verkeerd, omdat ik zelf fouten maakte."

In de winter van 1991 had Bugno de zaken niet in de hand. "Er kwam zoveel op me af en ik liet me meesleuren. Vooral door Gatorade, mijn nieuwe sponsor, die me de ene verplichting na de andere oplegde. Ze waren nieuw op de markt, ze wilden veel verkopen, terwijl ik eigenlijk thuis had moeten rusten en trainen. Ik ontbeerde het karakter om te protesteren. Maar dan begonnen de koersen. De stress van in de publiciteit te staan legde me lam, ik mankeerde ook de superklasse om met weinig training toch te schitteren. Beppe Saronni kon destijds tot 's morgens fuiven, en toch winnen. Ik niet."

Nu in het nieuws