Belgische kappers hopen op lagere BTW

Print
"De tewerkstelling in onze sector kan met zo'n 20% omhoog, indien de overheid naast een lagere BTW ook een soepeler wetgeving voor deeltijdse arbeid invoert." Dat zegt voorzitter Patrick Coopman van de Unie van Belgische Kappers (UBK). Hij reageert daarmee op een beslissing van de Europese ministers van Financiën.
BR>
Die willen per land een proefproject invoeren. Twee beroepsgroepen uit een lijstje van vijf 'arbeidsintensieve dienstensectoren' kunnen daarbij tussen 1 januari 2000 en 31 december 2002 genieten van een verlaagd BTW-tarief, zo besloten de politici op hun top in het Finse Turku.
De vijf groepen zijn kappers, ramenlappers, mensen die privé-woningen renoveren, thuisverplegers en ten slotte reparateurs van schoenen, fietsen en kleren. Bedoeling is dat het goedkoper maken van het werk extra banen oplevert, die bovendien niet 'zwart' maar 'wit' worden betaald.
Bij onze noorderburen koos minister Zalm resoluut voor de kappers en de schoenen-, fietsen- en klerenmakers. Dat scheelt de Nederlandse consument zo'n 10% in de uiteindelijke prijs. Voor de overheid komt het neer op 250 miljoen gulden (een klein half miljard frank) minderinkomsten.
Voor de Belgische kappers zou het tarief dalen van 21% naar 6%. Coopman: "Wij hebben goede hoop dat we erbij zijn. Zeker gezien ook in Duitsland de kappers een goede kans lijken te maken. Er werd al jarenlang op Europees vlak gelobbyd om iets te doen aan de BTW. Van de vorige minister van Financiën Jean-Jacques Viseur hadden we de toezegging gekregen dat zoiets voor hem geen probleem zou zijn, en huidig premier Verhofstadt heeft gezegd het dossier te zullen opvolgen."
In België zijn zo'n 15.000 mensen werkzaam bij (of als) kappers en schoonheidsspecialisten. Dat komt neer op zo'n 8.000 voltijdse equivalenten (VE). Vrouwen vormen zowat 90% daarvan. "Indien de wetgeving soepeler zou inspelen op de vraag van ons personeel naar meer deeltijdse arbeid, én de lagere BTW komt er, dan kan het aantal VE naar 10.000 stijgen."

Consument


"Kijk naar de spreiding van het aantal werknemers. In Brabant en Antwerpen zijn er het meest, in Luxemburg en Limburg het minst. Juist in deze twee provincies is het percentage zelfstandigen het hoogst, en de prijzen voor de consument het laagst. Dat maakt het voor ketens moeilijk om er vaste voet aan de grond te krijgen. Wanneer je weet dat de loonkost voor een werknemer 40% hoger is dan die van een zelfstandige, weet je genoeg. Minder btw betekent meer marge, en maakt tewerkstelling betaalbaarder." Maar ook voor de consument zit er een prijsverlaging met zo'n 10% in, weet Coopman.
De Belgische minister van Financiën Didier Reynders laat voorlopig nog niet in zijn kaarten kijken. "Het moet vrij vlug gaan", stelt Frank Philipsen. "Maar er is nog geen definitieve beslissing. Er zijn een aantal studies bezig, en we moeten bekijken wat de budgettaire impact is van elke keuze die we maken. De minister zal eerstdaags daarover een voorstel indienen op de ministerraad. In elk geval staat dit volledig los van bv. de verlaagde BTW-tarieven die in de sierteelt
gelden."

Nu in het nieuws