"Ik wil niet met de billen bloot"

Print
Schaatser Bart Veldkamp neemt de handschoen op tegen Tom Steels en Marc Streel
BR>DEN HAAG - Bart Veldkamp is, we moeten daar eerlijk in zijn, een schaatser. Niet eens zo'n slechte ook. Drie keer medaillewinst op de Olympische Winterspelen, paar wereldtitels op zak: wat gaat zo'n man in godsnaam uitvreten op een Belgisch kampioenschap tijdrijden? "Dit is een leuk zijsprongetje, meer niet", klinkt het nuchter. "Pas op, dat houdt niet in dat ik zondag met de billen bloot wil. Ik heb een redelijke tijdrit in de benen, ben echt wel ernstig met dit BK bezig. Parcours verkennen, beetje aan de fiets prutsen, tobben over de keuze van de versnellingen, je kent dat. Ach, ik zie wel waar ik uitkom."
BK tijdrijden
Echt exotisch is het zijsprongetje van Veldkamp niet. Schaatsers plegen zich wel eens vaker op te houden in de wereld van spaak en tandwiel. Supervedette Eric Heiden proefde pakweg twintig jaar geleden ooit van de Tour, zijn landgenote Connie Carpenter verdedigde de Amerikaanse olympische eer op de piste met en zonder ijzers onder de voeten en ook Gianni Romme - de huidige heerser van de lange baan - is op gezette tijdstippen op de wielerbaan terug te vinden.
"De meeste schaatsers drijven in de winter op de conditie die ze 's zomers bij mekaar fietsen", zegt Veldkamp. "De techniek onderhou je door af en toe te skeeleren, maar het echte labeur gebeurt op de fiets. Dat ding gaat trouwens nooit op stal. De wegfiets wordt tijdens het winterseizoen, van oktober tot maart is dat, ingeruild voor een mountainbike. Als die zes wintermaanden achter de rug zijn, staat er altijd toch weer 6.000 kilometer op de teller. Echt, ik zou mezelf geen raad weten zonder mijn fiets."
"Belgisch kampioen worden? Als de rest lek rijdt of valt, dan wel."
Bart Veldkamp
De man die België voor het eerst in lichtjaren weer een medaille op de Olympische Winterspelen schonk, heeft net een drieweekse stage in de Pyreneeën achter de rug. "Met het oog op het winterseizoen, natuurlijk. Dat blijft primeren. Toch schoof ik de specifieke schaatstraining tijdens de laatste tien dagen van mijn verblijf in Font Romeu aan de kant. Skeeleren en hardlopen moesten even wijken, fietsen was het ordewoord. Ik neem dat Belgisch kampioenschap van zondag echt wel serieus op, hoor. Conditioneel zit het snor, ik ben al de hele week met mijn materiaal in de weer, zak een dag voor het BK al naar Sint-Niklaas af om de omloop te verkennen: nee, afgaan als een gieter zegt me niks."
Veldkamp, naar eigen zeggen wielergek, kijkt reikhalzend uit naar de klus. "Fietsen tegen kampioenen als Tom Steels en Marc Streel zegt me wel wat", aldus de tot Belg genaturaliseerde Nederlander. Toch laat Veldkamp, naar eigen zeggen conditioneel en mentaal meer dan klaar voor de klus, de zwaartekracht spelen als de eigen ambities ter sprake komen. De voeten wijken geen centimeter van de grond. "Belgisch kampioen worden? Als de rest lek rijdt of valt, dan wel. (Lacht.) Dan sla ik zelfs een selectie voor het WK in Verona niet af. Nee, serieus, als ik het zondag tot in de middenmoot van het klassement kan schoppen, zal je mij niet horen mopperen. Echte profs fietsen minstens één tand groter dan ik. Ik zie het al voor me: zij op hun 12 of 13, ik op mijn 14. Als het straks zou waaien, red ik het zelfs daar niet mee."
Schaatsen is een individuele sport. Eigenlijk mag het dus geen wonder heten dat Veldkamp ook in het wielrennen valt voor de strijd van de éénling tegen de chrono. "Gewone wedstrijden doe ik ook, hoor. Onlangs nog, in Begijnendijk, viel het peloton me pas op 300 meter van de finish op de hals. Maar ik heb iets met tijdrijden. In het chronowerk is er geen ruimte voor linkigheidjes. Zonder pech wint de sterkste altijd. Je bent volledig op jezelf aangewezen, volledig geconcentreerd, in eenheid met je fiets: echt, tijdrijden is even heerlijk als eerlijk."

.

Nu in het nieuws