Renault Vilvoorde kon open blijven

Print
Nooit zal Karel Gacoms 27 februari 1997 vergeten. De sluiting van Renault Vilvoorde kwam niet alleen voor de 3.100 werknemers van de automobielfabriek hard aan. "Nog altijd begrijp ik het waarom van de sluiting niet. Het was zowel economisch als financieel een absurde beslissing."
BR>
Vóór 27 februari 1997 kenden alleen de 10.000 militanten van ABVV Vlaams-Brabant Karel Gacoms (43). Na de sluiting van Renault Vilvoorde kende heel België de man. Dag in dag uit kwam de vakbondsafgevaardigde in het nieuws. "Ik had wel ervaring met bedrijfsconflicten. In onze regio sluit het ene na het andere productiebedrijf zonder dat er een ander in de plaats komt. De sluiting van Philips Leuven bijvoorbeeld heb ik van meet af begeleid. We hebben het bedrijf toen vier weken bezet en zijn voor het eerst gaan betogen in het buitenland, meer bepaald in Eindhoven. Philips Leuven was Renault Vilvoorde in het klein. Het nieuwe aan Renault Vilvoorde, voor mij, was de mediabelangstelling."
In de vijf maanden die volgden op de sluiting van de fabriek had Gacoms geen tijd om stil te staan bij zijn 'look'. Bij hoe hij overkwam op televisie. Bij wat hij zou zeggen. De ene actie volgde op de andere. Van 's morgens tot 's avonds stond Gacoms onder het wakend oog van cameralui en persfotografen op de barricades. "De media zijn een machtig wapen. Ook wij maakten er gebruik van. Want onze volledige achterban konden we, ondanks onze wekelijkse vergaderingen, alleen via de media bereiken. Voor mij was dat nieuw, ik ben er echt door overvallen. Zo leerde ik al snel dat voor het VTM-journaal alles moest wijken. Want daar keken onze militanten naar. Langs daar kon ik hen bereiken. Ik had geen tijd om mij 's morgens zorgen te maken over wat ik zou aantrekken of over wat ik zou zeggen. Wat ik zei of deed was altijd spontaan. Was ik moe, dan was ik moe. Was ik tevreden, dan was ik tevreden. Ik ben altijd mezelf gebleven."

De bezetting van de fabriek in Vilvoorde, de gijzeling van de 50.000 afgewerkte Renault Méganes, de Europese 'Mars voor werk', de betoging in Parijs. Aan het aantal acties dat door de vakbonden werd georganiseerd, leek gedurende vijf maanden geen einde te komen. Altijd en overal waren Gacoms en zijn collega-syndicalisten van de partij. Vijf vakbonden, één doel: Renault Vilvoorde open! Maar de samenhorigheid was maar schijn, geeft Gacoms nu toe.
"Je moet begrijpen dat de druk die op ons lag enorm was. Wij, leiders van vijf verschillende vakbonden, moesten plots naar de buitenwereld toe één front vormen. Renault Vilvoorde open! En al de rest was onbelangrijk. Maar natuurlijk hielden wij er intern nog verschillende ideeën op na en natuurlijk leidde dat tot spanningen en conflicten. Tussen ons was ook geen overleg. Weet je dat ik pas twee maanden na de sluiting, toen de vakbonden zijn gaan samenzitten voor het samenstellen van een fotoboek, te weten ben gekomen dat het ACV bij Miet Smet was geweest?"
Tot op de dag dat het sociaal plan werd ondertekend, is Gacoms blijven geloven dat Renault Vilvoorde open kon blijven. "Ik ben er rotsvast van overtuigd dat we de Renault-top met nog meer acties en nog meer solidariteit hadden kunnen overtuigen om Vilvoorde niet te sluiten. Ondertussen is trouwens geweten dat die mogelijkheid in Frankrijk werd onderzocht. Ik spreek niet over tien of twintig jaar. Renault Vilvoorde zou uiteindelijk worden gesloten. Maar de productie had nog enkele jaren kunnen draaien."

Het hoogtepunt van de vakbondsacties was ongetwijfeld de mars op Parijs op 11 maart 1997. Vanuit heel Europa zakten tienduizenden sympathisanten af naar de Franse hoofdstad om de Renault-werknemers te steunen in hun eis de vestiging in Vilvoorde niet te sluiten. Louis Schweitzer, de voorzitter van de Raad van Bestuur van de Franse automobielfabrikant, ontving de vakbondsleiders toen persoonlijk. Maar het mocht niet baten. Het was het begin van het einde. Langzaamaan brokkelde de solidariteit af.
"Wat is het zwaarste om dragen in het leven? Onzekerheid", beantwoordt Gacoms zijn eigen vraag. "Voor veel van onze militanten had de strijd eind mei 1997 al te lang geduurd. Zij zagen geen resultaten, werden wanhopig. Voor ons was het duidelijk dat het een juridische strijd was, die bijna in ons voordeel was beslecht. Maar de ontevredenheid, de wrevel binnen de achterban, groeide. Een kleine groep begon zich te verzetten tegen de vakbondsstrategieën. Ik denk dan aan de bezetting van de Schaarbeeklei door een tiental van onze militanten, wat voor mij een van de pijnlijkste momenten uit die periode is geweest. Het is toen dat wij onze koers hebben bijgestuurd en zijn gegaan voor het sociaal plan."
Mocht Gacoms op 27 februari 1997 hebben geweten wat hij nu weet, de wereld had er niet zo anders uitgezien. "Meer acties en meer solidariteit", zegt hij. "Solidariteit moet je afdwingen. En dat ontbrak bij de Franse vakbonden. Om de Renault-top te kraken, wilden we het productieproces overal lamleggen. Onder andere in de Franse vestigingen. Maar dat is het Franse syndicalisme: veel uitleg, weinig actie. Wij zouden meer hebben gedaan, mochten zij in ons geval zijn geweest. We hadden zoveel plannen! Toen we de bezetting van de Renault-parking in Noord-Frankrijk na een week opgaven, was dat niet omdat dat - zoals we toen beweerden - zo was gepland. Oorzaak was een gebrek aan militanten. De bezetting van de Spaanse vestiging is zelfs nooit in praktijk omgezet."

Het enige goede aan de Renault-sluiting is dat er nooit nog zo een zal volgen, zegt Gacoms. "De tweede man van Schweitzer heeft in een Nederlands weekblad toegegeven dat Renault de sluiting totaal verkeerd heeft aangepakt. Het bedrijf heeft, door de acties van onze arbeiders, veel schade geleden. Nooit zal Renault nog zoiets ondernemen. Dat is een morele opsteker voor de ex-werknemers van Vilvoorde. Een die ze zelf zo snel mogelijk willen vergeten..."

MEEST RECENT