Losse planeten zijn bruine dwergen

Print
'Lonely planets' noemt men de losse planeten die niet bij een zon horen. Ze zijn eigenlijk veel te groot om planeten te kunnen zijn. Bruine dwergen zijn het meer: half mislukte zonnen. Ze zijn al jaren bekend. Maar nu zijn astronomen ook een intensieve speurtocht gestart naar veel kleinere losse planeten. Ze zoeken in de nevelige contreien van een heel bekende sterrenwieg: de Orionnevel. Daar werden ook die losse reuzenplaneten gevonden. Als de kleine, losse planeten werkelijk worden gevonden, komt de hele theorie rond het ontstaan van planeten op de tocht te staan.
BR>
Enkele weken geleden maakten sterrenkundigen de ontdekking bekend van 'monsterachtig grote, planeetachtige hemellichamen zonder zon'. Deze objecten zouden "ten minste vijf tot tien maal groter zijn dan Jupiter". Jupiter, grotendeels opgebouwd uit wild bewegende gasmassa's, is de grootste planeet in ons zonnestelsel, met een inhoud 1.300 maal die van de aarde. Maar Jupiter hoort als planeet bij onze zon. De planeten in de Orionnevel, de moeder van alle kraamkamers in de kosmos, zweven echter als 'eenzame reuzen' door de ruimte.

De klassieke theorie luidt dat zonnestelsels ontstaan uit uitgestrekte, samentrekkende wolken stof en gas. Uit de centrale samentrekkingen (contracties), die doorgaans de meeste materie bevatten, ontstaan sterren en daar omheen bij voldoende overblijvende materie een of meer planeten. Die draaien nadien keurig hun baantjes om de sterren in wier zwaartekrachtvelden ze gevangen zitten en ze worden ook keurig door die sterren voorzien van warmte en licht.

De vraag is of planeten ook zonder sterren kunnen ontstaan. De gedachte is altijd even wennen geweest, maar nu lijken sterrenkundigen er toch daadwerkelijk aan te moeten geloven: 'lonely planets' bestaan, al zijn die welke recent gevonden zijn, veel te groot voor planeten.

Met behulp van enkele reusachtige telescopen, zoals de op Hawaii staande Keck-telescoop (spiegeldiameter maar liefst tien meter), vond men bij infrarode golflengten in de Orionnevel op een aantal plaatsen de donkere, door lichtende materie-ringen omgeven 'schaduwen', die de reuzenplaneten moeten voorstellen. Dat was even schrikken, toen die ontdekking een paar weken geleden bekend gemaakt werd: planeten, zij het dan reusachtig grote, zonder zon!

Astronoom Mark McCaughrean, verbonden aan het Astrofysisch Instituut in het Duitse Potsdam, is echter sceptisch over de term 'reuzenplaneten'. Hij en zijn team zochten de afgelopen weken de bewuste gebieden in de Orionnevel af met de reuzentelescopen van de Europese Zuidelijke Sterrenwacht (ESO) die opgesteld staan op de Chileense berg Paranal.

"Speciaal in een klein gebiedje tussen vier heldere, nog jonge reuzensterren die bekend staan als het Trapezium hebben we een hele cluster van dergelijke objecten gevonden," meldt McCaughrean. "Het moeten er zeker duizend zijn. Evenals die andere objecten die elders in de Orionnevel gevonden zijn, zijn ze met hun leeftijd van hoogstens een miljoen jaar piepjong. Op basis van hun afmetingen, hun afstand en hun helderheid in het infrarood schatten we de massa van elk op zeker tien maal die van Jupiter." "Dan kun je nog moeilijk van planeten spreken; eerder van bruine dwergen. Dat zijn als het ware tussenvormen tussen planeten en sterren in. Te groot voor planeten, maar te klein voor sterren. Ze hebben te weinig massa om het kernfusieproces op te starten dat de echte sterren aan het stralen houdt en sputteren in het infrarood als stellaire motoren die niet aan de praat gebracht kunnen worden."

.

Nu in het nieuws