"Op het randje van de illegaliteit"

AMIENS -

"Of ik dit vak nog leuk vind? Denk je dat ik hier anders zou staan?" José Ibarguren Taus, de Spaanse ploegdokter van Lotto - Mobistar, tilt niet al te zwaar aan de strenge Franse wetgeving. "Ik heb geprobeerd om mezelf in regel te stellen met de reglementen. Toen ik een aanvraag voor informatie verstuurde, kreeg ik geen antwoord. Ik sta op één lijn met het UCI, dat volstaat voor mij."

Guy Vermeiren

BR>Niet-Franse dokters konden tot voor het uitbreken van de

zaak-Festina

rekenen op een dichtgeknepen oogje van justitie. Voltooid verleden tijd, sinds de wetgeving in het land van Virenque gevoelig werd verstrengd. "Wie zichzelf naar de wensen van het ministerie van Jeugd en Sport wil plooien, valt ten prooi aan een enorme papierberg", aldus Ibarguren Taus. "Wie in Frankrijk wordt beschouwd als buitenlander, hoort voor elk departement afzonderlijk een werkvergunning in tweevoud aan te vragen. Geen probleem op zich, ware het niet dat zo'n

permis

maar geldig is voor twee personen. Een team als Lotto omvat - renners, ploegleiders, verzorgers en mecaniciens inbegrepen - toch al snel een twintigtal personen. Zie jij jezelf al die hele papierwinkel meesleuren? Ik niet."

De Bask poogde via de Spaanse Orde van Geneesheren - de vraag werd gericht aan de gelijknamige Franse artsenvereniging - een vergunning voor heel Frankrijk los te weken. "Die brief bleef onbeantwoord. Nadien ondernam ik stappen bij de

Société du Tour de France

en de UCI. Beide instanties verwachtten geen problemen, maar gaven wel mee dat ze geen garanties konden geven. Verdomd vervelend, omdat je zonder de nodige papieren eigenlijk op het randje van de illegaliteit opereert. Waarom ik het dan toch op deze manier doe? Omdat een arts de verplichting heeft om mensen in nood te helpen. Stel dat ik in Frankrijk met vakantie ben en iemand in mijn buurt heeft problemen. Dan verplicht mijn eed me om te helpen, vergunning of niet."

Lotto - Mobistar hotst Frankrijk door met een koffer vol Franse geneesmiddelen. Het ding wijkt geen centimeter van Taus' zijde. "Omdat buitenlandse geneesmiddelen hier

not done

zijn, moest ik mijn

stock

in Franse apotheken aanleggen. Zelfs huis-tuin-en-keukentoestanden als producten tegen diarree of keelpijn mogen niet worden ingevoerd, vandaar. Als een renner ziek is, zie ik mezelf 's nachts niet tegen een neergelaten rolluik aanbonken, net daarom ging ik vooraf inkopen doen. Ook de facturen hou ik angstvallig bij me. In de recentste Midi Libre werd mijn wagen doorzocht, moest ik al die documenten tonen. Of dokters zoals ik in Frankrijk doorgaan voor gangsters? Soms heb ik die indruk, ja.

En, dokter, nog steeds niet in de gevangenis?

, roepen ze me wel eens na. Behoorlijk belachelijk, maar je went eraan."

Taus heeft er geen moeite mee om toe te geven dat niet al zijn collega's het even nauw nemen met de ethiek. "In elke kudde heb je zwarte schapen, maar het is fout om iedereen over dezelfde kam te scheren. Het alarm gaat bij velen af wanneer ze een injectienaald zien. Weten die veel dat sommige geneesmiddelen de lever te veel belasten als je ze oraal inneemt. Een suikerzieke die zichzelf geregeld moet inspuiten is toch geen verslaafde? Elke ploeg heeft eigen meettoestellen mee voor bloedonderzoek.

Verdacht!

, wordt dan meteen geroepen. Als je dan zegt dat je het bloed van de renners op wel tien parameters onderzoekt, dan wordt dat weggelachen. Nee, makkelijk werken is het niet, maar je zet dat van je af omdat je zo zielsveel van deze sport houdt."