Pfaff-dochters geven zich bloot

Dat gaat plezant worden, om die cassette achteraf uit te typen”, lachen Debby, Kelly en Lyndsey Pfaff. Om maar te zeggen dat het geen sinecure is om de drie samen te interviewen, zéker niet als dat in het ouderlijk huis gebeurt, in aanwezigheid van al hun kinderen. Gelukkig is mama Carmen, alias bobonne, nooit ver uit de buurt. “De band die onze ouders met ons hebben, willen wij ook creëren met ónze kinderen”, zeggen de zussen. “Dat is nu onze grootste uitdaging.”

ssimons

BR />

Na een paar maanden stilte rond de Pfaffs ging begin februari het zesde seizoen van de gelijknamige docusoap van start. De eerste aflevering hield meteen ‘Eurosong’ van de eerste plaats in de kijkcijfer-toptwintig.

“Als een nieuw seizoen begint, is het altijd bang afwachten”, aldus Debby. “Ik heb het daar altijd moeilijk mee gehad. ‘Waarom zou iemand geïnteresseerd zijn in hoe het er hier bij ons aan toe gaat?’ dacht ik bij het eerste seizoen, en ook nu vraag ik me dat af. Zijn ze het nog niet beu? Ik snap het soms niet, dat succes.”

Zijn de reacties op straat hetzelfde als zes jaar geleden?

Debby: “Ze zijn positiever. Vroeger durfden de mensen er niet voor uit te komen dat ze naar ‘De Pfaffs’ keken, en nu is het van: hoezo, jij kijkt daar niet naar?”

Welk beeld hebben anderen van jullie, denk je?

Debby: “Onlangs kreeg ik in de zaak enkele Nederlanders over de vloer en die dachten dat ik een tang was (lacht). Op basis van seizoen 1, 2 en 3 weliswaar, toen ik nog geen kinderen had, maar toch. Lyndsey noemden ze het moedertje.”

Kelly: “En hoe noemden ze mij? Die ene die met die zot is getrouwd (lacht).”

Debby: “De showbizzdame.”

Kelly: “Ah, natuurlijk. De diva (lacht). Kijk, die cameraploegen filmen hier dagenlang van ’s morgens tot ’s avonds. Je kan niet verwachten dat ze al die emoties, van tien verschillende mensen, in een programmaatje van veertig minuten stoppen. Dat is gewoon onmogelijk. De mensen die je op tv ziet, zijn geen typetjes – wij zijn echt zo – maar er wordt nu eenmaal gefocust op de karaktertrekken die ons typeren. We hadden destijds de keuze: ofwel spelen we een rolletje, ofwel zijn we onszelf. Het is dat tweede geworden, en het grote voordeel is nu dat we overal onszelf kunnen zijn.”

Lyndsey: “Als ik in mijn trainingspak naar de supermarkt ga, is er niemand die daar iets van zal zeggen. Waarom niet? Omdat ze me elke week ’s morgens vroeg uit mijn bed zien komen (lacht).”

Kelly: “Jezelf zó blootgeven, wie durft dat? Wie durft zijn vuile was buiten te hangen? Laat de mensen die nog kritiek hebben op ons dáár maar eens over nadenken.”

Wat doen jullie graag met z’n drieën?

Kelly: “Op restaurant gaan. En dan veel babbelen: over de kinderen, over onze venten… Al treden we bij dat laatste zelden in detail. Meer zoiets van: gôh, die van mij heeft dit of dat gedaan deze week.”

Lyndsey: “Het was weer heel even beeld zonder klank, zoiets (lacht). In elk huishouden gebeurt dat, ook bij ons drieën. Alleen is dat niet zo interessant voor de docusoap, hè, als er niks gezegd wordt.”

Kelly: “Wat we met elkaar bespreken, is wat er ons van het hart moet. Niks belangrijks, gewoon dingen die effe gezegd moeten worden. Tegen Debby en Lyndsey kan dat, omdat die weten dat ze daar verder niks achter moeten zoeken. Anderen zouden dat allemaal onthouden en na een tijdje zeggen: zeg, zo’n ambetante vent, en je bent daar nog steeds mee samen?”

Hebben jullie mannen iets gemeen?

Kelly: “Veel geduld.”

Debby: “Ze drinken graag een pintje.”

Kelly: “Ik vind dat ze alle drie humor hebben.”

Debby: “Mijne Nicolas ook?”

Kelly: “Ah nee, dat is eigenlijk geen goed voorbeeld (schatert). Wat hebben dan wel ze gemeen? Dat ze er in slagen om ons – hoe verschillend we ook zijn – aan te vullen. En ze hebben dezelfde waarden en normen.”

Lees het volledige interview in Gazet van Antwerpen