Mady van Goethem wint 'Het groot dictee der Nederlandse taal'

Wijlen Jan Wolkers wilde een gewoon dictee maken zonder onbekende woorden en daarin is hij geslaagd. Zijn tekst 'De ladder naar lust' was beduidend gemakkelijker dan de voorgaande zeventien edities van 'Het groot dictee der Nederlandse taal'. Met vijf fouten won de Vlaamse Mady van Goethem de taalwedstrijd, in het dagelijks leven secretaresse. Op de tweede plaats eindigde de Vlaming Ward Smeyers, student taal- en letterkunde, met zes fouten. Op de derde plaats eindigde Bob Boersema uit Ermelo, gemeenteambtenaar, met acht fouten.

ecoolen

BR>

Onder de prominenten maakten de schrijvers de minste fouten. De Nederlandse schrijver Christiaan Weijts maakte elf fouten en eindigde daarmee op de derde plaats in deze categorie. De Vlaamse schrijvers Stefan Brijs en Peter Terrin deelden de eerste plaats met beiden tien fouten. Beiden struikelden over de Hollandse woorden hete bliksem, klip-en-klaar en ze hadden nog nooit gehoord van 'schrepele', dat schraal of mager betekent. Terrin en Brijs zouden daarom graag gezamenlijk het dictee van volgend jaar schrijven, in ieder geval met een paar Vlaamse woorden erin.

Het dictee werd uitgezonden door de NPS en Canvas. Juryvoorzitter Jeltje van Nieuwenhoven maakte na afloop bekend dat de deelnemers in de vergaderzaal van de Eerste Kamer slechts 1143 fouten in totaal hadden gemaakt, 705 fouten minder dan vorig jaar. Was het gemiddelde aantal fouten vorig jaar nog 31, dankzij Wolkers lag dat gemiddelde dit jaar op negentien: de prominenten maakten gemiddeld 23 fouten, de overige deelnemers vijftien. Nooit eerder scoorden de prominenten zo goed.

"Voorgaande jaren joegen schrijvers van het dictee de deelnemers de stuipen op het lijf met exclusieve delicatessen als cappuccino, carpaccio en caipirinha", zei jurylid Ludo Permentier. Wolkers, die tot aan zijn dood aan het dictee had gewerkt, liet zich juist inspireren door gewone ouderwetse Hollandse kost: hete bliksem, melkzuurbacteriën en fijngesneden wittekool. De moeilijkheid van dit dictee schuilde juist in deze ogenschijnlijk simpele woorden. Veel deelnemers met hoge scores schreven toch het woord 'ontwaarde' met twee d's. Veel fouten werden ook gemaakt in het aan elkaar of los schrijven van 'tekeergingen', 'zo dadelijk', 'boven op de grote kei', 'boven aan de ladder', 'oudtestamentische' en 'ten eeuwigen dage'. Ook het wel of niet gebruiken van leestekens in de woorden gedweeë en geolied leverde problemen op. En de Bijbelse plaatsnaam Betel was volgens de jury door niemand zonder h geschreven.

HET GROOT DICTEE 2007: DE LADDER NAAR LUST

(Door Jan Wolkers)

Na het verorberen van de laatste schep hete bliksem - een brijige stamppot, in den beginne gecreëerd door een chef-kok die ten eeuwigen dage het ovenvuur na aan de schenen moet worden gelegd - nam mijn vader zijn bijbel ter hand.

'Jakobs droom te Betel, Genesis 28 vers 12. De jakobsladder. Jakob gaat slapen met zijn hoofd op een steen en ziet in zijn droom een ladder waarover engelen op en neer gaan', zei hij onderwijzend tegen de kleintjes.

'God staat boven aan de ladder en belooft hem het land waarop hij ligt. Daarna wordt de steen door Jakob geolied.' Mijn oudste broer fluisterde: 'Die zevenslaper heeft zo dadelijk geen brillantine meer nodig.'

Ik stelde me intussen voor dat ik neergevlijd, doezelend in de exquise, zurige sfeer van winterkost, met mijn hoofd boven op de grote kei lag die in onze schuur het vat afdekte waarin melkzuurbacteriën tekeergingen in fijngesneden wittekool.

Jaren later, toen mijn vaders Schriftlezing allang was verstomd, zag ik de oudtestamentische scène luchthartig geïnterpreteerd terug in een plafondschildering in het bisschoppelijk paleis van Udine.

In Tiepolo's Bijbelse werk 'De droom van Jakob' ontwaarde ik wat ik van jongs af aan al vermoedde: dat deze gedweeë wezens allerminst onzijdig zijn, maar beschikken over mollige vrouwenkuiten.

Bij een enkele vieve engel zag je zelfs, klip-en-klaar in de roze schemer van de opwaaiende gewaden, dat het soigneren van het schaamhaar nog niet tot het koninkrijk der hemelen was doorgedrongen.

Het waren geen Godsgezanten, maar bacchanten, ladderzat op weg naar de furieuze, in het uitdeinend heelal weerkaatsende geluidsorgie van Jimi Hendrix, de meester van de gitaarriff, die ziel en zaligheid uit zijn schrepele lichaam perste.