Tempelridders niet langer 'ketters' voor Vaticaan

Print
Ze stonden 700 jaar lang te boek als ketters, maar dat gaat het Vaticaan binnenkort rechtzetten. Uit een oud document blijkt dat de paus de Tempelridders al in 1314 heeft vrijgesproken van godslaster en hen om vergiffenis heeft gevraagd.
Het Vaticaan publiceert op 25 oktober een boek over de ter ziele gegane orde van de middeleeuwse christelijke ridderorde, zo schrijft de Daily Telegraph.

Het boek "Processus contra Templarios" is gebaseerd op het 'perkament van Chinon', dat zes jaar geleden werd gevonden in het geheim Vaticaans archief nadat het jarenlang verkeerd was geklasseerd.


Het gevonden perkament geeft de verhoren van de Tempeliers door paus Clemens V weer. Volgens Barbara Frale, onderzoekster in de archieven van het Vaticaan, eindigt het document met een pauselijke absolutie voor de orde. Die eindconclusie werd echter nooit openbaar gemaakt. "700 jaar lang hebben we geloofd dat de Tempeliers als vervloekte mensen gestorven waren. Deze vondst spreekt hen echter vrij", stelt Frale.

De Tempelorde werd in 1119 gesticht in Jeruzalem met de bedoeling om christelijke pelgrims te beschermen op hun weg naar Jeruzalem. In de veertiende eeuw echter kreeg koning Filips IV (Filips de Schone) van Frankrijk de orde in het vizier omdat ze te invloedrijk was geworden. De in financiële nood verkerende koning liet hun kloosters doorzoeken en nam hun vermogen in beslag onder het mom van ketterij.

Paus Clemens V -de paus die de Heilige Stoel van Rome naar Avignon verhuisde- werd onder druk gezet om de geruchten van ketterij te onderzoeken. Op 19 maart 1313 werd de laatste Grootmeester van de Orde, Jacques de Molay, levend verbrand, hoewel geen gerechtelijk onderzoek tegen hem was gevoerd. De legende wil dat de Molay op de brandstapel de koning en de paus vervloekte; beiden stierven nog geen jaar later.

Het perkament van Chinon zou volgens de Daily Telegraph duidelijk maken dat de paus tegen beter weten in en onder druk van Filips IV handelde.
Nu in het nieuws