Minstens 250.000 Europese industriële sites moeten gesaneerd

Print
Europa telt momenteel zowat 250.000 industriële sites die gesaneerd moeten worden. Dat blijkt uit cijfers van het Europees Milieu Agentschap (AEE). Volgens het agentschap zal dat aantal de komende jaren sterk toenemen en zullen er verschillende decennia nodig zijn om deze vervuilde erfenis op te kuisen.
Volgens het rapport van het AEE zijn de laatste decennia op drie miljoen sites in Europa vervuilende activiteiten gebeurd. Ongeveer 1,8 miljoen daarvan is daadwerkelijk vervuild.

Op dit moment zijn er 250.000 sites geïdentificeerd, maar dat cijfer zal tussen nu en 2025 oplopen met 50 pct, naarmate de nationale overheden staalnames uitvoeren en controleren.

Uit de statistieken van het agentschap blijkt dat er hoofdzakelijk vervuiling is met zware metalen (37,3 pct) en koolwaterstoffen (33,7 pct). Wat betreft grondwater staan koolwaterstoffen op de eerste plaats.

De grootste verantwoordelijken voor de vervuiling zijn de industriële en commerciële productie (41,6 pct), de verwerking en het beheer van huishoudafval (15,2 pct), activiteiten van de petroleumindustrie (14,1 pct) en de verwerking van industrieel afval (7,3 pct). Volgens de studie zijn er de afgelopen 30 jaar in Europa 80.000 industriële sites gesaneerd.

Ondanks het feit dat er in heel wat Europese landen wetten bestaan over het principe dat de vervuiler betaalt, is het in gemiddeld 35 pct van de gevallen de overheid die opdraait voor de kosten, vaak omdat de vervuiler niet meer bestaat, niet geïdentificeerd kan worden of niet solvabel is.

Toch zijn er grote verschillen tussen de Europese landen onderling. In Spanje en Tsjechië draait de overheid op voor 100 pct van de kosten, in Hongarije is dat maar 70 pct, in Zweden 50 pct, in Nederland 45 pct, in België 25 pct (de cijfers gelden enkel voor Vlaanderen en Brussel) en in Frankrijk slechts 7 pct.

Volgens het AEE besteden de landen op dit moment veel te weinig geld aan sanering.

.

Nu in het nieuws