Derde van Vlaamse dierenartsen zou ander beroep gekozen hebben

Print
Een derde van de Vlaamse dierenartsen zou een ander beroep kiezen als dat kon. De lage verloning in de sector blijkt de hoofdreden voor de ontevredenheid. Slechts 7 procent van de Vlaamse dierenartsen is ronduit tevreden over hun beroep.
Dat blijkt uit de eindverhandeling "Economische analyse van dierenartspraktijken in Vlaanderen" van Lize Pijpops van de faculteit Toegepaste Economische Wetenschappen aan de Universiteit Hasselt in Diepenbeek. De studente inventariseerde de kenmerken van de Vlaamse dierenartsensector en de jobtevredenheid van de dierenartsen.

Van de 2.727 dierenartsen die in 2006 in Vlaanderen actief waren, hebben de meesten een eenmanspraktijk. Uit een enquête van Pijpops bij 470 dierenartsen blijkt dat 70 procent van de dierenartsenpraktijken zich in een dorp bevindt en dat de dierenartsen doorgaans op zelfstandige basis werken. De provincies Oost - en West-Vlaanderen tellen de meeste dierenartspraktijken.
Zowat 75 procent van de Vlaamse dierenartsen is minstens 40 uren per week met hun beroep bezig. Daartegenover staat dat een gelijkaardig percentage op 114 ondervraagde dierenartspraktijken in 2005 een omzet van minder dan 268.000 realiseerde.

De te lage verloning in verhouding met de studies, te wijten aan het huidige overaanbod van dierenartsenpraktijken, de werkdruk en het weinige respect van klanten zijn de belangrijkste redenen waarom een derde van de Vlaamse dierenartsen de studie niet opnieuw zou aanvatten. Ook de administratieve rompslomp en het betalingsgedrag van klanten ervaren veel dierenartsen als negatief.

Pijpops kwam ook tot de conclusie dat de meeste dierenartsen de toekomst niet rooskleurig inzien. Vooral het overschot aan dierenartsen in de gezelschapsdierensector (vooral honden en katten) en het tekort aan practici in de nutsdierensector (runderen, schapen, geiten, varkens) baart hen zorgen.
MEEST RECENT