Tien Belgische medailles op Jeugd Olympisch Festival

Print
Het Europees Jeugd Olympisch Festival (EJOF) in Belgrado zit erop. Drieduizend jonge topsporters uit 49 landen gaven de voorbije week het beste van zichzelf in de Servische hoofdstad. Voor de 59 Belgische atleten werd het EJOF een succes met tien medailles, waaronder vier gouden, drie zilveren en drie bronzen.
De toekomst van de Belgische topsport lijkt dus weer een beetje meer verzekerd. Dat vindt althans Thierry Zintz, ondervoorzitter van het BOIC en delegatiehoofd in Belgrado. "Ik ben trots en gelukkig. Het bewijs is geleverd dat er nog een toekomst is voor onze sport.

Dat we tien medailles halen, bewijst dat het loont om in kwaliteit te investeren. Dit is niet alleen de verdienste van het BOIC, maar de vrucht van de samenwerking tussen de sportbonden, het ADEPS en BLOSO, en het BOIC."

De Belgische gouden plakken kwamen op naam van twee atleten, 2000m steeple-loper Andreas Van Ham en 3000m-loper Dieter Vanstreels, het tafeltennisduo Lauric Jean en Cédric Nuytinck, en het meisjesvolleybalteam, dat misschien wel voor de grootste verrassing zorgde door in een memorabele finale het onklopbaar gewaande thuisland Servië met 3-0 in te blikken.

Naast de vier gouden medailles won ons land nog drie keer zilver (Lucie Cincinatis op de 100m horden, Jochen Deweer in de wegrit en Lauric Jean in het tafeltennis) en drie keer brons (verspringster Els De Wael, judoka Maud Gudelj (-63 kg) en het jongenszwemteam op de 4x100m vrij). Met tien medailles doet België het bijna even goed als twee jaar geleden, toen de delegatie met elf medailles terugkeerde uit het Italiaanse Lignano.

Dat eremetaal op het EJOF geen garantie biedt op een grote sportcarrière, bewijzen talrijke voorbeelden uit het verleden. Verspringer Yassin Guellet (Brussel '91), 200m-loper Patrick De Clercq (Valkenswaard '93) en 800m-atleet Ludivine Michel (Lissabon '97), die alledrie ooit goud wonnen, zijn maar enkele van de tientallen Belgen die ooit op het EJOF-podium stonden maar die later op de internationale scène nooit doorbraken. Toch kan het ook anders, zo bewezen bijvoorbeeld Kim Gevaert, Ann Simons en Justine Henin.

"Het sportieve is natuurlijk belangrijk, maar evenveel belang hechten we aan de opvoedende waarde van het EJOF. We moeten onze atleten leren omgaan met winst en verlies, met wat fairplay inhoudt. Een toernooi als het EJOF geeft ons de kans om dit te doen. Het is niet te vergelijken met de echte Olympische Spelen, waar de nadruk veel meer ligt op het presteren en winnen van medailles", zegt Thierry Zintz, die nog eens de speciale band tussen België en het EJOF benadrukt. "Het EJOF werd in 1991 een eerste keer georganiseerd in Brussel op initiatief van huidig IOC-voorzitter Jacques Rogge. Als ik nu zie wat voor een fantastisch evenement het EJOF geworden is, dan vind ik dat ons kindje mooi gegroeid is", aldus nog de Belgische delegatieleider.

.

Nu in het nieuws