1 op 10 Vlaamse woningen vanbinnen niet in orde

In Vlaanderen heeft één op de tien woningen binnenshuis te kampen met ernstige gebreken. Toch gaat de woonkwaliteit in Vlaanderen er in het algemeen op vooruit.

Belga

Dat besluit Vlaams minister van Wonen Marino Keulen (VLD) op basis van een onderzoek van het Kenniscentrum voor Duurzaam Woonbeleid.

Keulen gaf het Kenniscentrum voor Duurzaam Woonbeleid vorig jaar de opdracht voor een grootschalig onderzoek naar de kwaliteit van de woningen in Vlaanderen. De eerste resultaten van dat onderzoek staan in de beleidsbrief 2007 van de VLD-minister.

Het Kenniscentrum voerde twee onderzoeken uit. Enerzijds controleerden onderzoekers meer dan 8.000 woningen op de buitenkant (staat van het dak, de gevel, het buitenschrijnwerk, etc...).

Anderzijds werden de bewoners van meer dan 5.000 woningen gevraagd naar de inwendige staat van hun woning.

Uit de uitwendige controle besloten de onderzoekers dat 93,4 pct van de woningen van goede kwaliteit is. Bij 5,7 pct van de woningen moet een lichte renovatie gebeuren. Ongeveer één op de honderd woningen moet zwaar gerenoveerd of zelfs vervangen worden door nieuwbouw. In heel Vlaanderen zijn tussen 16.000 en 29.000 woningen dringend aan renovatie of vervanging toe.

De bevraging bij de bewoners over de binnenkant van hun woningen levert wat minder gunstige cijfers op. In 9,2 pct van de gevallen zeggen de bewoners dat hun woning "ernstige gebreken vertoont". Voor heel Vlaanderen zou dat kunnen oplopen tot 240.000 woningen op een totaal van 2,4 miljoen woongelegenheden, dus een verhouding van 1 op 10.

Een vorig grootschalig onderzoek uit 1994-1995 raamde het aantal woningen van slechte kwaliteit op 300.000.