'Taliban-leider Mullah Omar keurde bestand met Pakistan goed'

Print
Taliban-leider Mullah Omar heeft persoonlijk zijn goedkeuring gegeven aan het bestand dat een einde maakte aan de strijd tussen het Pakistaanse leger en Pakistaans-Pathaanse strijders in het grensgebied met Afghanistan. Een Pakistaanse politicus en stamleider, Latif Afridi van de Nationale Partij Awami, heeft dit woensdag gezegd.
Afridi zei dat hij een kopie had ontvangen van een brief met Omars goedkeuring, die was geschreven door een van Omars mederwerkers, Mullah Akhtar Mohammed Osmani. Het bestand van 5 september maakte een einde aan ruim vier jaar van strijd in de semi-autonome tribale regio Noord Waziristan. Amerikaanse functionarissen zeggen dat als gevolg van het bestand de strijd in Afghanistan is opgelaaid, doordat de Pathaanse milities aan de Pakistaanse zijde van de grens de handen vrij kregen en zich geheel konden wijden aan wapensmokkel en steun aan hun Afghaanse bondgenoten, de Taliban, die evenals zij tot het Pathaanse volk behoren.

Afridi zei in Peshawar, de hoofdstad van de North West Frontier Province waaronder North Waziristan valt, dat in de brief ook werd gesteld dat de milities in North-Waziristan onder bevel zouden komen van Jalaluddin Haqqani, een bekende Taliban-commandant. De Britse krant Telegraph berichtte zondag voor het eerst over Omars veronderstelde rol bij de totstandkoming van het bestand. Het was niet mogelijk Afridi's beweringen te verifiëren. Afridi weigerde de door hem vermelde kopie van de brief van Osmani te laten zien. Een woordvoerder van de Pakistaanse regering in het noordwestelijke tribale gebied, Shah Zaman, noemde Afridi's bewering "ongegrond". Ook Gul Hassan, een Pathaanse leider in Miran Shah, de hoofdstad van North Waziristan, ontkende dat Omar enige rol had gespeeld bij de totstandkoming van het bestand. Pakistan stuurde na de val van de Taliban in Afghanistan, eind 2001, tachtigduizend man troepen naar het grensgebied om voortvluchtige Taliban en Al-Qaida-leden op te pakken. De Pakistaanse militaire aanwezigheid in de traditioneel autonome regio ontketende echter een felle antiregeringscampagne, die honderden militairen, Pathaanse strijders en burgers het leven kostte. De regering in Islamabad, ook president Pervez Musharraf, was uiteindelijk blij een bestand met de Pathaanse milities te kunnen sluiten.

Krachtens het bestand keerde het leger terug naar zijn bases en stemden de Pathaanse strijders er mee in niet deel te nemen aan operaties van de Taliban in Pakistan of Afghanistan. Een Amerikaanse militaire bron in Kabul zei woensdag evenwel dat het aantal Taliban-operaties in de Oost-Afghaanse provincies Paktika, Khost en Paktia sinds 31 juli is verdrievoudigd. Volgens de bron werd Pakistan na de val van het Taliban-bewind in Afghanistan eind 2001 het toevluchtsoord voor de restanten van het Taliban-regime. Aangenomen wordt dat ongeveer dertig leden van de Taliban-top, onder wie Omar en diens tien tot twaalf leden tellende Shura Raad, onderdoken in Pakistaanse steden als Quetta, Miran Shah en Peshawar.
Nu in het nieuws