'Franstaligen intellectueel niet in staat om Nederlands te leren'

Vlaams minister-president Yves Leterme (CD&V) wil in geen geval dat er aan de taalgrens wordt gesleuteld, ook niet in de rand rond Brussel. Volgens Leterme willen of kunnen de Franstaligen in de rand blijkbaar geen Nederlands leren.

Belga

Dat zegt hij donderdag in een interview met de Franse krant Libération.

Dat er in de faciliteitengemeenten meer Franstaligen dan Vlamingen wonen, is voor Leterme geen reden om de taalgrens te herzien.

"Aanvankelijk was de idee dat veel Franstaligen (in de faciliteitengemeenten, nvdr) zich zouden aanpassen aan de nieuwe taalkundige realiteit. Maar blijkbaar zijn de Franstaligen intellectueel niet in staat ('ne sont pas en état intellectuel') om Nederlands te leren, en zo is dat uitzonderingsstatuut verlengd", aldus Leterme in het interview.

Franstaligen oververtegenwoordigd

In een telefonische reactie in Het Nieuws op VTM verduidelijkte Leterme zijn uitspraak. Volgens hem getuigt die realiteit ofwel van "kwade wil", ofwel van "een gebrek aan kennis en doorzicht".

Als er aan de taalgrens wordt geraakt, stelt Leterme meteen de pariteit tussen Franstaligen en Vlamingen binnen de federale regering ter discussie.

In verhouding met hun aandeel binnen de Belgische bevolking, zijn de Franstaligen in de federale regering oververtegenwoordigd, aldus Leterme.

CD&V zal niet in een volgende federale regering stappen als de gewesten geen bijkomende bevoegdheden krijgen, herhaalde Leterme.

Reactie Di Rupo

Waals minister-president en PS-voorzitter Elio Di Rupo zegt "verontwaardigd" te zijn over de uitspraken van zijn Vlaamse collega Yves Leterme. Hij gelooft niet dat een minister-president "van een kwaliteitsregio als Vlaanderen de Franstaligen zo kan beledigen."

Over de taalgrens en de faciliteiten zegt Di Rupo dat beiden onlosmakelijk verbonden zijn. "De faciliteiten in vraag stellen is ook meteen de taalgrens in vraag stellen, meer bepaald door de uitbreiding van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest", zegt Di Rupo.

Het opgeven van de taalkundige pariteit binnen de federale regering - waar Leterme mee dreigt als er aan de taalgrens geraakt wordt - kan voor Di Rupo enkel als Franstaligen en Vlamingen om de beurt de premier mogen leveren én als het aandeel van de Nederlandstalige ministers in de Brusselse regering beperkt wordt tot 10 procent, zijnde het aandeel van de Vlamingen in de Brusselse bevolking.