'Chinese politie doodt honderd betogers'

China heeft volgens media in Hong Kong het grootste bloedbad sinds 1989 meegemaakt. Eind juli of begin augustus zouden in de zuidelijke provincie Hunan zo'n honderd mensen zijn neergeschoten door een politiemacht van duizend man.

GPD

De berichten erover kwamen pas gisteren naar buiten en bevestiging ervan is moeilijk te krijgen.

Onduidelijk is wanneer het bloedbad plaatsgevonden zou hebben. Het Japanse persbureau Kyodo berichtte er als eerste over, maar diverse media in Hong Kong zijn vooralsnog terughoudend. De lokale autoriteiten erkennen dat er problemen waren, maar ontkennen dat er doden zijn gevallen.

De Hong Kongse krant Apple Daily publiceerde als een van de weinigen tot nu toe uitgebreid over het incident. De krant citeert de Chinese mensenrechtenactivist Hong Yunzhou. Volgens hem gaat het om migrantenarbeiders die protesteerden tegen diefstal door lokale bestuurders. De demonstranten waren opgetrokken naar het lokale bestuursgebouw.

Daar probeerden burgemeester Zhou Yougen en de plaatselijke partijsecretaris Lai Sheguang de demonstranten te overtuigen weg te gaan. Toen ze echter door de betogers werden aangevallen, opende de politie het vuur.

Volgens een doorgaans betrouwbaar weblog ontkent burgemeester Zhou dat er een bloedbad heeft plaatsgevonden.

China kent de laatste jaren een sterke stijging van het aantal rellen en opstanden. Vorig jaar maakte de communistische partij bekend dat er in 2005 maar liefst 87.000 incidenten waren.

Een groot aantal rellen worden veroorzaakt door de schrijnende tegenstellingen tussen migrantenarbeiders uit arme delen van China en de bevolking in de steden waar ze werken.

Mochten de berichten over het aantal doden kloppen, dan is dit voorzover bekend het ergste bloedbad in China sinds het neerslaan van de studentendemonstraties in Peking in 1989.