Olievlek voor Libanon breidt zich uit naar Syrië

De voor Libanon drijvende reusachtige olievlek heeft zich uitgebreid naar Syrische wateren. Het olietapijt is twee weken geleden ontstaan door Israëlische bombardementen op een elektriciteitscentrale die dichtbij de kust ligt.

Belga

Het havenbestuur van de Syrische kuststad Tartus meldde maandag dat een zeven kilometer lange olievervuiling in de wateren aan de grens tussen Syrië en Libanon waargenomen is. Experten in Beiroet bevestigden dat het wel degelijk gaat om dezelfde olievlek die twee weken geleden ontstaan is. Toen stroomde vanuit de gebombardeerde centrale meer dan 15.000 ton olie in de Middellandse Zee. "Het valt te vrezen dat de vervuiling zich ook zal uitbreiden tot de kusten van Turkije of Cyprus", verklaarde de Libanese milieuadviseur Wael Hmaidan maandag in Beiroet.

In Libanon strekt het olietapijt zich inmiddels uit over een lengte van meer dan 100 km. Ondertussen is weliswaar speciaal materiaal uit Koeweit gearriveerd, met de hulp waarvan de bevoegde instanties met het ruimingswerk kunnen beginnen. Maar Israël heeft zijn luchtaanvallen slechts voor 48 uur onderbroken.

"Op zo'n korte tijd kunnen ze niet eens een enkel strand in orde brengen", aldus Hmaidan. Als de oliemassa niet aangepakt wordt, zal spoedig onomkeerbare schade berokkend worden aan het complexe ecosysteem langs de Middellandse Zeekusten. Nu reeds zijn veel vissen en schaaldieren omgekomen. Ook zeeschildpadden, die hun eieren in het zand ingraven, zijn bedreigd omdat de jonge dieren na hun geboorte door de smurrie op het strand de zee niet meer kunnen bereiken.

De Cyprische regering van haar kant wil bij de Europese Unie hulp voor de bestrijding van het olietapijt vragen. De olie heeft de Cyprische kust nog niet bereikt, maar tegenover dit grote probleem kunnen we moeilijk de andere kant opkijken, zei minister van Landbouw Fotis Fotiou maandag op de radio. "Wij willen EU-hulp vragen, omdat het probleem van de milieuvervuiling ons allemaal aangaat".

Nu in het nieuws