België evacueert uit Libanon

Buitenlandse Zaken heeft zo'n vijfhonderd landgenoten uit Libanon geëvacueerd. Ze worden via Syrië en Cyprus naar België vervoerd. Intussen blijft het geweld in de regio aanhouden. Libanon eist een internationale interventie. Vertegenwoordigers van de Verenigde Staten, de Verenigde Naties en de Europese Unie bespreken donderdag de situatie in New York.

bsouffreau

De Belgen verlaten het land in buskonvooien of met de boot. De voorbije dagen verliep de evacuatie van Belgen chaotisch. Het ministerie van Buitenlandse Zaken heeft daarom vijf extra personen naar Beiroet gestuurd. Zij zullen de ambassade versterken en de dienstverlening op punt stellen.

Woensdag werden ongeveer tweehonderd Belgen gerepatrieerd. Buitenlandse Zaken verwacht dat dit aantal de komende dagen zal vermeerderen. Ook donderdag worden bussen en ferrys ingelegd om Belgen in Libanon weg te halen. Woensdag en donderdag zouden samen zo'n vijfhonderd Belgen naar hun vaderland gebracht worden. Buitenlandse Zaken geeft voorrang aan alle Belgen die geen huis bezitten in het land.

Staakt-het-vuren

Intussen heeft de Libanese eerste minister Fouad Siniora een onmiddellijk staakt-het-vuren gevraagd. Hij vroeg aan de internationale gemeenschap een interventie zodat de aanvallen van Israël op Libanon gestopt wordt.

De Verenigde Naties willen op korte termijn een besluit nemen over het sturen van een vredesmacht naar Zuid-Libanon. Ze willen op die manier een einde maken aan het Israëlische offensief tegen Libanon. De Verenigde Staten, de Verenigde Naties en de Europese Unie hebben hierover donderdag een vergadering. Premier Siniora smeekte ook om humanitaire hulp. De Israëlische acties hebben tot nu toe driehonderd doden en duizend gewonden geëist. Een half miljoen Libanezen is op de vlucht. De ziekenhuizen kunnen de stroom gewonden niet meer aan en ze kampen ook met tekorten.

België heeft een miljoen euro geschonken aan het Internationale Rode Kruis. De hulporganisatie is in de regio actief en heeft aan de donors extra geldmiddelen gevraagd. Het geld dient voor het lenigen van de eerste hulp en het verdelen van tenten en dekens.

Geweld duurt voort

Intussen blijft het geweld verderduren. Israël en Hezbollah bestoken elkaar. De Israëlische legerleiding zegt dat bij de luchtaanvallen van de afgelopen week de helft van Hezbollah's militaire infrastructuur is verwoest. Hezbollah vuurde echter opnieuw tegen de 100 katoesja's en andere raketten af op Haifa en andere plaatsen in Noord-Israël.

Israël stuurt ook commandotroepen naar Zuid-Libanon. De oorlog met het buurland blijft dus niet meer beperkt tot luchtbombardementen.

De joodse staat voelt niets voor een staakt-het-vuren. Het vreest dat een wapenstilstand de druk op Hezbollah zal wegnemen, waardoor de beweging zijn wapenvoorraad verder kan aanvullen.

De Verenigde Staten overwegen intussen om meer soldaten naar Libanon te sturen. Ditmaal zullen het strijdkrachten zijn. In eerste instantie moeten ze de Amerikaanse burgers en de Amerikaanse belangen verdedigen.

Nu in het nieuws