Wie op EU-terroristenlijst staat, kan in beroep gaan

Print
Sinds de aanslagen van september 2001 houdt Europa een lijst bij van mensen of organisaties wiens financiële tegoeden geblokkeerd worden wegens connecties met de taliban of al-Qaida.
Er zijn echter duidelijke mogelijkheden om een herziening te vragen, zo oordeelt de Europese Rechtbank van Eerste Aanleg na klachten van een Tunesiër en een Libiër.
De methode om fondsen te blokkeren van sympathisanten van het terrorismenetwerk van Osama bin Laden, komt voort uit resoluties van de VN-Veiligheidsraad. In Europa worden die resoluties geïmplementeerd via een reglement geldig voor alle lidstaten. Centraal in dat reglement staat een Sanctiecomité. Dat comité heeft een cruciale rol in de beslissing om een persoon of organisatie op de lijst te plaatsen.
Chafiq Ayadi, een Tunesiër die in Dublin woont, en Faraj Hassan, een Libiër opgesloten in de Britse gevangenis van Brixton, staan op de lijst. Zij vroegen aan de Europese Rechtbank van Eerste Aanleg om geschrapt te worden. Die rechtbank is onderdeel van het Europees Hof in Luxemburg.
De rechtbank oordeelt nu dat zij daar niet toe bevoegd is. Wie het niet eens is met zijn vermelding op de terroristenlijst, heeft echter andere mogelijkheden. Via de betrokken lidstaat moet een nieuwe evaluatie gevraagd worden bij het Sanctiecomité. In het geval de betrokken lidstaat hieraan niet zou willen meewerken, kan zo'n nieuwe evaluatie afgedwongen worden via nationale rechtbanken.
De rechtbank stipt verder aan dat de blokkering van tegoeden geen drastische maatregel is. De betrokkene kan nog altijd een "bevredigend" professioneel en privé-leven leiden. Wie een zelfstandige activiteit heeft, kan aan het Sanctiecomité uitzonderingen vragen voor het financieel beheer van zijn zaak.

.

Nu in het nieuws