Gewezen ACV-topman krijgt 3 jaar cel voor fraude

Print
De correctionele rechtbank van Antwerpen heeft de 70-jarige John J., een vroegere ACV-topman, woensdag veroordeeld tot drie jaar gevangenisstraf, waarvan twee jaar effectief, voor fraude.
In een tweede dossier kreeg hij acht maanden cel met uitstel en een boete van 2.500 euro, omdat hij zich bedrieglijk onvermogend had gemaakt.

De man was van 1990 tot 1999 voorzitter van de Christelijke Centrale voor Vervoer en Diamant (CVD). Een intern onderzoek eind 1999 door de overkoepelende organisatie ACV bracht aan het licht dat de beklaagde zich persoonlijk had verrijkt met de syndicale premies van de werkgevers en het Fonds voor Bestaanszekerheid, dat gespijsd werd met het lidgeld van de aangesloten leden. Hij werd op staande voet ontslagen en het ACV diende een klacht tegen hem in.

De ACV-topman bleek tientallen miljoenen frank in eigen zak te hebben gestoken. Hij hield er met zijn familie dan ook een riante levensstijl op na. Zo werden onder meer de verbouwingswerken aan het huis, de juwelen van zijn echtgenote, de auto en het onderhoudsgeld van zijn zoon met geld van de vakcentrale betaald.

Zijn echtgenote, zijn zoon en een ondergeschikte van de man kregen voor hun betrokkenheid bij de feiten twaalf maanden cel met uitstel. De rechtbank verklaarde een vermogensvoordeel van 1.785.209 euro verbeurd. De CVD stelde zich burgerlijke partij tegen zijn vroegere voorzitter en kreeg een schadevergoeding van 680.561 euro toegekend.

De ex-topman, zijn vrouw en hun drie kinderen werden in een tweede dossier ook schuldig bevonden aan bedrieglijk onvermogen. Het koppel had op naam van de kinderen een patrimoniumvennootschap opgericht die met een hypothecaire lening de villa van het gezin overkocht. Volgens de rechtbank "verarmden" de ACV'er en zijn vrouw hun vermogen bewust om het enige onroerende goed dat de familie bezat, veilig te stellen voor schuldeisers.

De rechtbank veroordeelde hen alle vijf tot acht maanden cel met uitstel en 2.500 euro boete. De strafrechter verklaarde ook nog eens 182.417 euro verbeurd. De Belgische staat, die zich burgerlijke partij had gesteld, kreeg een schadevergoeding van één euro provisioneel.

.

Nu in het nieuws