Karel Vinck veroordeeld tot drie jaar cel

Voormalig NMBS-topman Karel Vinck vindt het artikel in Knack over zijn veroordeling voor de dood van Eternit-arbeiders in Italië "unfair en schandalig". Dat zei hij in een interview met de VRT-radio. "Het is een schandalig artikel, gemaakt om iemand te besmeuren", aldus Vinck, die juridische stappen overweegt tegen Knack.

Hans Cardyn

Het weekblad Knack schrijft deze week dat Karel Vinck samen met zeven andere ex-Eternitbonzen op 26 mei 2005 werd veroordeeld tot, alles samen, twintig jaar opsluiting omdat ze nalieten hun werknemers te informeren over de gevaren van de blootstelling aan asbest. Vinck was in de jaren zeventig drie jaar lang topman van Eternit Italië. Hij werd er in eerste aanleg voorwaardelijk veroordeeld tot drie jaar opsluiting voor onvrijwillige doodslag.

"Het artikel is helemaal geen weergave van de realiteit", zegt een boze Vinck. Volgens Vinck waren de gevaren van asbest dertig jaar geleden nog niet zo bekend als nu. "Ik ben pas met het probleem geconfronteerd toen ik terug in België was", zegt hij.

Hij is boos omdat Knack hem niet de kans heeft gegeven om duidelijk te maken welke initiatieven hij genomen heeft tegen asbest. "Veilig werken was voor mij altijd belangrijk, ook al was ik maar korte tijd in Italië", zegt hij in het radioprogramma Voor de dag. Hij benadrukt ook dat hij zelf een aantal maatregelen heeft getroffen om het stofgehalte in de Italiaanse fabrieken te verminderen en zo de werkomstandigheden te verbeteren. "Bovendien was ik de man die zich bij Eternit onmiddellijk met de substitutie van asbest heeft bezig gehouden. Ik heb binnen Eternit ook een maatschappij opgericht die zich met de substitutie van asbest bezighield. Men kan mij dus niet verwijten dat ik niet gedaan heb wat ik moest doen", reageert Vinck.

Karel Vinck bevestigt dat hij samen met andere gedelegeerd bestuurders van Eternit in beschuldiging is gesteld. "Dat is de procedure die in Italië wordt gebruikt. Ik ben niet alleen schuldig voor de rechter, ook de andere afgevaardigd bestuurders zijn in beschuldiging gesteld". Vinck ontkent ten stelligste dat hij op het ogenblik van zijn functie in Italië op de hoogte was van de gevaren van asbest en benadrukt dat de gerechtelijke procedure in de zaak nog altijd loopt. "Ik ben in beroep gegaan tegen het vonnis en mijn advocaten zijn daar mee bezig".

Vinck gaat samen met zijn advocaten bekijken of hij een klacht kan indienen tegen Knack