Kabinetsleden alweer in aantal verdubbeld

Print
De kabinetsleden zijn alweer in aantal verdubbeld en de uitgaven van de kabinetten zijn met de helft toegenomen. De Copernicushervorming die ze wou afschaffen, is al lang vergeten.
Het aantal kabinetsleden van de federale ministers zijn in 15 jaar (1989-2004) zo goed als verdubbeld, alleszins het aantal stafleden daarin. Dat berekenden Christophe Pelgrims en Sofie Dereu van het Instituut voor de Overheid (KU Leuven). Hun onderzoek publiceerden ze in het jongste nummer van het tijdschrift Burger, bestuur en beleid.

In 1989 had een federale minister gemiddeld 13,8 persoonlijke politieke stafleden. In 2004 waren er dat 28. De onderzoekers stoelden hun berekeningen niet op officiële budgettaire gegevens, maar op de namen die de ministers zelf opgeven in de niet-officiële adressengids.

Die gids maakt zelden onderscheid tussen vol- en deeltijdse functies. Het aantal deeltijdse is toegenomen, leert de ervaring. Uitgedrukt in voltijdse equivalenten, is de stijging dus iets beperkter.

De kabinetten zijn ook veel duurder geworden, volgens de onderzoekers. In 1994 kostten ze iets meer dan 30 miljoen euro, in 2004 bijna 55 miljoen euro. Als de inflatie uitgezuiverd wordt, zijn de uitgaven met de helft toegenomen (tot 45 miljoen euro).

De Copernicushervorming die de regering Verhofstadt I uittekende, voorzag in de afschaffing of de bijna-afschaffing van de kabinetten.

.

Nu in het nieuws