Vlaamse 10- tot 13-jarigen liefst met fiets naar school

Print
Meer dan de helft van de Vlaamse jongeren tussen 10 en 13 jaar gaan het liefst per fiets naar school. In de praktijk neemt vier op de tien van hen effectief de fiets.
Dat blijkt uit een bevraging bij 2.500 jongeren in het kader van het onderzoek "Vervoersafhankelijkheid en vervoersautonomie van kinderen (10-13-jarigen)". Het onderzoek werd vrijdag toegelicht in Brussel.
Het onderzoek gebeurde in opdracht van het Federaal Wetenschapsbeleid en werd uitgevoerd door de organisaties Kind & Samenleving, Mobiel 21, het Instituut voor Mobiliteit (Universiteit Hasselt) en de Provinciale Hogeschool Limburg.
Het brede onderzoek bestond onder meer uit een bevraging bij 2.500 jongeren en hun ouders. Daaruit blijkt dat de fiets (51 pct) het lievelingsvervoermiddel is voor de schoolverplaatsingen.
In de praktijk gaan 4 op de 10 jongeren met de fiets naar school, terwijl 3 op de 10 jongeren meerijdt als passagier in de auto. Voorts neemt zo'n 15 pct het openbaar vervoer en iets meer dan 10 pct gaat te voet, zo blijkt uit de enquête.
Jongeren verkiezen de fiets vooral omwille van het sociale aspect. Zo kunnen ze onderweg babbelen met vrienden. Daarnaast speelt ook het vrijheidsgevoel een rol. Het belangrijkste minpunt is het weer. Jongeren lopen minder warm voor de auto, maar schakelen toch soms over op de auto omwille van het comfort en de snelheid.
Opvallend is dat jongens meer met de fiets gaan dan meisjes (respectievelijk 44 pct en 36 pct) en dat meisjes dan weer vaker meerijden als autopassagier (meisjes 31 pct, jongens 24 pct).
Bij de overgang van het basisonderwijs naar het secundair onderwijs zijn er ook enkele opvallende verschillen. Dat komt ook omdat de afstand tot de secundaire scholen vaak groter is. Uit de cijfers blijkt dat jongeren in het secundair onderwijs veel meer gebruikmaken van het openbaar vervoer (van minder dan 5 pct tot bijna 30 pct) en dat ze veel minder meerijden met de ouders (van 37 pct in het lager onderwijs naar 17 pct in het secundair onderwijs).
Uit het onderzoek blijkt nog dat de Vlaamse 10- tot 13-jarigen gemiddeld 2,85 verplaatsingen doen (2,96 bij meisjes, 2,76 bij jongens) en dat het in 44,4 pct van de gevallen om woon-schoolverplaatsingen gaat en in 27 pct van de gevallen om vrijetijdsverplaatsingen. De jongeren doen de meeste verplaatsingen (41,5 pct) als passagier in de wagen. Meer dan een kwart (26,8 pct) van alle verplaatsingen gebeurt per fiets.
MEEST RECENT